vijfentwintig
hoofdtelwoord, zelfstandig naamwoord ˈvɛifənˌtwɪntəxBetekenis
- '25', het getal tussen vierentwintig en zesentwintig, twintig plus vijf of vijf maal vijf
- dat wat in een (rang)ordening met 25 is aangeduid
- groep van 25 eenheden
Hoe spreek je vijfentwintig uit?
/ˈvɛifənˌtwɪntəx/
Vijfentwintig bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| v | vis |
| ɛi | trein |
| f | fiets |
| ə | de |
| n | nek |
| t | tak |
| w | quiz |
| ɪ | pit |
| x | acht |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
hoofdtelwoord
- "25", het getal tussen vierentwintig en zesentwintig, twintig plus vijf of vijf maal vijf
Verbuiging en vervoeging (hoofdtelwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| 11001 | |
| 19 | |
| 25 | |
| XXV |
Herkomst
samenstelling van vijf ht en twintig ht met het invoegsel -en-
Woordfamilie van vijfentwintig
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| vijfentwintigjes | meervoud | vijfentwintig |
| vijfentwintigs | meervoud | vijfentwintig |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van vijfentwintig zijn vastgelegd.