vijfentachtig
hoofdtelwoord, zelfstandig naamwoord ˈvɛifənˌtɑxtəxBetekenis
- '85', het getal tussen vierentachtig en zesentachtig, tachtig plus vijf
- dat wat in een (rang)ordening met 85 is aangeduid
- groep van 85 eenheden
Hoe spreek je vijfentachtig uit?
/ˈvɛifənˌtɑxtəx/
Vijfentachtig bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| v | vis |
| ɛi | trein |
| f | fiets |
| ə | de |
| n | nek |
| t | tak |
| ɑ | bad |
| x | acht |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
hoofdtelwoord
- "85", het getal tussen vierentachtig en zesentachtig, tachtig plus vijf
Verbuiging en vervoeging (hoofdtelwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| 1010101 | |
| 55 | |
| 85 | |
| LXXXV |
Herkomst
samenstelling van vijf ht en tachtig ht met het invoegsel -en-
Woordfamilie van vijfentachtig
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| vijfentachtigje | woordvorm | vijfentachtig |
| vijfentachtigjes | meervoud | vijfentachtig |
| vijfentachtigs | meervoud | vijfentachtig |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van vijfentachtig zijn vastgelegd.