olijf
zelfstandig naamwoord oˈlɛifBetekenis
- olijfboom
- een vrucht van deze boom
Hoe spreek je olijf uit?
/oˈlɛif/
Olijf bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| o | boot |
| l | land |
| ɛi | trein |
| f | fiets |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — feminine, masculine
- Olea europaea een boom uit de olijffamilie (Oleaceae). Het geslacht Olea telt ongeveer twintig soorten met een groot verspreidingsgebied, voornamelijk in de Oude Wereld
- een vrucht van deze boom. De olijf zelf wordt gegeten, uit de pit en het vruchtvlees wordt olijfolie gewonnen
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| olijfje | verkleinwoord, enkelvoud |
| olijfjes | verkleinwoord, meervoud |
| olijven | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘vrucht van olijfboom’ voor het eerst aangetroffen in 1240
Woordfamilie van olijf
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| olijfje | verkleinwoord | olijf |
| olijfjes | verkleinwoord meervoud | olijf |
| olijven | meervoud | olijf |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van olijf zijn vastgelegd.