Naar de inhoud

verzolen

de zool van een schoen vervangen

verzolen

werkwoord

Betekenis

  1. de zool van een schoen vervangen
  2. het loopvlak van een autoband vervangen

Vervoeging van verzolen

verzolenhele werkwoord — verzooldeverleden tijd enkelvoud — verzooldenverleden tijd meervoud — verzooldvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik verzool verzoolde
jij verzoolt verzoolde
hij, zij, het verzoolt verzoolde
wij verzolen verzoolden
jullie verzolen verzoolden
zij verzolen verzoolden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben verzoold voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent verzoold voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is verzoold impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was verzoold impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd verzoold impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt verzoold impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal verzoold worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal verzoold zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou verzoold worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou verzoold zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had verzoold voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had verzoold voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had verzoold voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden verzoold voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden verzoold voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden verzoold voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt verzoold voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb verzoold voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben verzoold actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben verzoold voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben verzoold voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben verzoold voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt verzoold voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft verzoold voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft verzoold voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is verzoold voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is verzoold voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben verzoold actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te verzolen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen verzolen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
verzole aanvoegende wijs
verzolend onvoltooid, deelwoord
verzool gebiedende wijs
verzoold verleden tijd, deelwoord
verzoold te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
verzoold te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
verzoold te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
verzoold te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
verzoold te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
verzoold worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
verzoold zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
verzoold zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
verzoold zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
verzoold zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
verzoolde verleden tijd
waart verzoold voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren verzoold voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren verzoold voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren verzoold voltooid, verleden tijd, derde persoon
was verzoold voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was verzoold voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was verzoold voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd verzoold enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd verzoold enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd verzoold enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden verzoold enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden verzoold enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden verzoold enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt verzoold enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word verzoold enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden verzoold enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden verzoold enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden verzoold enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt verzoold enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt verzoold enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal verzolen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal verzolen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal verzolen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal verzoold hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal verzoold hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal verzoold hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal verzoold worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal verzoold worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal verzoold zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal verzoold zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn verzoold voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn verzoold voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn verzoold voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt verzoold voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou verzolen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou verzolen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou verzolen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou verzoold hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou verzoold hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou verzoold hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou verzoold worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou verzoold worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou verzoold worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou verzoold zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou verzoold zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou verzoold zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden verzolen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden verzolen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden verzolen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden verzoold hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden verzoold hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden verzoold hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden verzoold worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden verzoold worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden verzoold worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden verzoold zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden verzoold zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden verzoold zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt verzolen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt verzoold hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt verzoold worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt verzoold zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen verzolen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen verzolen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen verzolen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen verzolen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen verzoold hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen verzoold hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen verzoold hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen verzoold worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen verzoold worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen verzoold worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen verzoold zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen verzoold zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen verzoold zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult verzolen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult verzoold hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult verzoold worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult verzoold zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

Afgeleid van zool met het voorvoegsel ver-

Woordfamilie van verzolen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
verzole aanvoegende wijs verzolen
verzolend onvoltooid deelwoord verzolen
verzolende woordvorm verzolen
verzool gebiedende wijs verzolen
verzoold voltooid deelwoord verzolen
verzoolde verleden tijd verzolen
verzoolden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon verzolen
verzoolt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon verzolen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van verzolen zijn vastgelegd.

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over verzolen

Wat is de betekenis van verzolen?
Verzolen is een werkwoord. De betekenis is: de zool van een schoen vervangen. In totaal staan er 2 betekenissen.
Hoe vervoeg ik verzolen?
Zo vervoeg je verzolen zo: de tegenwoordige tijd is verzool, de verleden tijd is verzoolde en het voltooid deelwoord is verzoold. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord verzolen is 17 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. V 4
  2. E 1
  3. R 2
  4. Z 4
  5. O 1
  6. L 3
  7. E 1
  8. N 1
  9. 17 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

verzolen levert met Wordfeud minimaal 18 en maximaal 84 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. V 4
  2. E 1
  3. R 2
  4. Z 5
  5. O 1
  6. L 3
  7. E 1
  8. N 1
  9. 18 zonder bonus
  10. 84 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (Z) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

verzolen in het kort

verzolen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 2 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van verzolen staan er 75 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort verzolen bij een woordfamilie van 8 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

verzolen: de zool van een schoen vervangen
Deel verzolen — standaardnederlands.nl