loopvlak
zelfstandig naamwoordBetekenis
- het gedeelte van een voet, wiel, slee etc. dat met de ondergrond in aanraking is
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| loopvlakje | verkleinwoord, enkelvoud |
| loopvlakjes | verkleinwoord, meervoud |
| loopvlakken | meervoud |
Herkomst
samenstelling van loop ww en vlak
Woordfamilie van loopvlak
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| loopvlakje | verkleinwoord | loopvlak |
| loopvlakjes | verkleinwoord meervoud | loopvlak |
| loopvlakken | meervoud | loopvlak |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van loopvlak zijn vastgelegd.