Naar de inhoud

verzaken

een plicht niet nakomen, verzuimen, verloochenen

verzaken

werkwoord

Betekenis

  1. een plicht niet nakomen, verzuimen, verloochenen
  2. bij het kaartspel: een troef of kleur niet bekennen

Vervoeging van verzaken

verzakenhele werkwoord — verzaakteverleden tijd enkelvoud — verzaaktenverleden tijd meervoud — verzaaktvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik verzaak verzaakte
jij verzaakt verzaakte
hij, zij, het verzaakt verzaakte
wij verzaken verzaakten
jullie verzaken verzaakten
zij verzaken verzaakten
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
er is verzaakt impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was verzaakt impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd verzaakt impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt verzaakt impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal verzaakt worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal verzaakt zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou verzaakt worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou verzaakt zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had verzaakt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had verzaakt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had verzaakt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden verzaakt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden verzaakt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden verzaakt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt verzaakt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb verzaakt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben verzaakt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben verzaakt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben verzaakt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben verzaakt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt verzaakt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft verzaakt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft verzaakt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben verzaakt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te verzaken actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen verzaken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
verzaak gebiedende wijs
verzaakt verleden tijd, deelwoord
verzaakt te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
verzaakt zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
verzaakte verleden tijd
verzake aanvoegende wijs
verzakend onvoltooid, deelwoord
zal verzaakt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal verzaakt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal verzaakt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal verzaken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal verzaken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal verzaken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou verzaakt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou verzaakt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou verzaakt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou verzaken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou verzaken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou verzaken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden verzaakt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden verzaakt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden verzaakt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden verzaken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden verzaken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden verzaken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt verzaakt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt verzaken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen verzaakt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen verzaakt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen verzaakt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen verzaken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen verzaken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen verzaken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen verzaken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult verzaakt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult verzaken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

In de betekenis van ‘zich afkeren, afvallig worden’ voor het eerst aangetroffen in 776

Woordfamilie van verzaken

Woordvorm Relatie Afgeleid van
verzaak gebiedende wijs verzaken
verzaakt voltooid deelwoord verzaken
verzaakte verleden tijd verzaken
verzaakten aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon verzaken
verzake aanvoegende wijs verzaken
verzakend onvoltooid deelwoord verzaken
verzakende woordvorm verzaken

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van verzaken zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over verzaken

Wat is de betekenis van verzaken?
Verzaken is een werkwoord. De betekenis is: een plicht niet nakomen, verzuimen, verloochenen. In totaal staan er 2 betekenissen.
Hoe vervoeg ik verzaken?
Zo vervoeg je verzaken zo: de tegenwoordige tijd is verzaak, de verleden tijd is verzaakte en het voltooid deelwoord is verzaakt. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord verzaken is 17 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. V 4
  2. E 1
  3. R 2
  4. Z 4
  5. A 1
  6. K 3
  7. E 1
  8. N 1
  9. 17 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

verzaken levert met Wordfeud minimaal 18 en maximaal 84 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. V 4
  2. E 1
  3. R 2
  4. Z 5
  5. A 1
  6. K 3
  7. E 1
  8. N 1
  9. 18 zonder bonus
  10. 84 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (Z) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

verzaken in het kort

verzaken staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 2 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van verzaken staan er 39 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort verzaken bij een woordfamilie van 7 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

verzaken: een plicht niet nakomen, verzuimen, verloochenen
Deel verzaken — standaardnederlands.nl