weglaten
werkwoord ˈwɛxlatə(n)Betekenis
- te midden van andere informatie iets niet insluiten
Hoe spreek je weglaten uit?
/ˈwɛxlatən/
Weglaten bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| w | quiz |
| ɛ | bed |
| x | acht |
| l | land |
| a | maan |
| t | tak |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van weglaten
weglatenhele werkwoord — liet wegverleden tijd enkelvoud — lieten wegverleden tijd meervoud — weggelatenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | laat weg | liet weg |
| jij | laat weg | liet weg |
| hij, zij, het | laat weg | liet weg |
| wij | laten weg | lieten weg |
| jullie | laten weg | lieten weg |
| zij | laten weg | lieten weg |
Alle 144 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben weggelaten | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent weggelaten | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is weggelaten | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was weggelaten | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd weggelaten | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt weggelaten | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal weggelaten worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal weggelaten zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou weggelaten worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou weggelaten zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had weggelaten | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had weggelaten | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had weggelaten | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden weggelaten | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden weggelaten | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden weggelaten | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt weggelaten | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb weggelaten | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben weggelaten | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben weggelaten | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben weggelaten | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben weggelaten | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt weggelaten | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft weggelaten | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft weggelaten | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is weggelaten | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is weggelaten | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| laat weg | gebiedende wijs |
| liet weg | verleden tijd |
| te hebben weggelaten | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen weglaten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart weggelaten | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren weggelaten | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren weggelaten | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren weggelaten | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was weggelaten | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was weggelaten | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was weggelaten | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| weg te laten | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| weg te zullen laten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| weg zal laten | bijzin, toekomende tijd |
| weg zou laten | bijzin, voorwaardelijk |
| weg zouden laten | bijzin, voorwaardelijk |
| weg zoudt laten | bijzin, voorwaardelijk |
| weg zullen laten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| weg zullen laten | bijzin, toekomende tijd |
| weg zult laten | bijzin, toekomende tijd |
| weggelaten | verleden tijd, deelwoord |
| weggelaten te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| weggelaten te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| weggelaten te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| weggelaten te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| weggelaten te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| weggelaten worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| weggelaten zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| weggelaten zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| weggelaten zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| weggelaten zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| weglaat | bijzin, tegenwoordige tijd |
| weglatend | onvoltooid, deelwoord |
| wegliet | bijzin, verleden tijd |
| weglieten | bijzin, verleden tijd |
| werd weggelaten | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd weggelaten | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd weggelaten | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden weggelaten | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden weggelaten | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden weggelaten | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt weggelaten | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word weggelaten | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden weggelaten | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden weggelaten | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden weggelaten | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt weggelaten | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt weggelaten | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal weggelaten hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal weggelaten hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal weggelaten hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal weggelaten worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal weggelaten worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal weggelaten zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal weggelaten zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal weglaten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal weglaten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal weglaten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal weglaten | bijzin, toekomende tijd |
| zijn weggelaten | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn weggelaten | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn weggelaten | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt weggelaten | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou weggelaten hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou weggelaten hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou weggelaten hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou weggelaten worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou weggelaten worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou weggelaten worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou weggelaten zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou weggelaten zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou weggelaten zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou weglaten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou weglaten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou weglaten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou weglaten | bijzin, voorwaardelijk |
| zou(dt) weglaten weg zou(dt) laten | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden weggelaten hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden weggelaten hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden weggelaten hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden weggelaten worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden weggelaten worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden weggelaten worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden weggelaten zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden weggelaten zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden weggelaten zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden weglaten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden weglaten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden weglaten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden weglaten | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt weggelaten hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt weggelaten worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt weggelaten zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt weglaten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt weglaten | bijzin, voorwaardelijk |
| zullen weggelaten hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen weggelaten hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen weggelaten hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen weggelaten worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen weggelaten worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen weggelaten worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen weggelaten zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen weggelaten zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen weggelaten zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen weglaten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen weglaten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen weglaten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen weglaten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen weglaten | bijzin, toekomende tijd |
| zult weggelaten hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult weggelaten worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
samenstelling van weg bw en laten
Woordfamilie van weglaten
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| laat weg | gebiedende wijs | weglaten |
| late weg | woordvorm | weglaten |
| laten weg | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | weglaten |
| liet weg | verleden tijd | weglaten |
| lieten weg | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | weglaten |
| weggelaten | voltooid deelwoord | weglaten |
| weglaat | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | weglaten |
| weglate | with-subordinate-clause | weglaten |
| weglatend | onvoltooid deelwoord | weglaten |
| weglatende | woordvorm | weglaten |
| wegliet | subordinate-clause, verleden tijd | weglaten |
| weglieten | subordinate-clause, verleden tijd | weglaten |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van weglaten zijn vastgelegd.