Naar de inhoud

nalaten

iets niet doen, dat men had zullen of moeten doen

nalaten

werkwoord

Betekenis

  1. iets niet doen, dat men had zullen of moeten doen
  2. in een testament toebedelen

werkwoord

  1. schenken aan het nageslacht figuratively

Vervoeging van nalaten

nalatenhele werkwoord — liet naverleden tijd enkelvoud — lieten naverleden tijd meervoud — nagelatenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik laat na liet na
jij laat na liet na
hij, zij, het laat na liet na
wij laten na lieten na
jullie laten na lieten na
zij laten na lieten na
Alle 144 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben nagelaten voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent nagelaten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is nagelaten impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was nagelaten impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd nagelaten impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt nagelaten impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal nagelaten worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal nagelaten zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou nagelaten worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou nagelaten zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had nagelaten voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had nagelaten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had nagelaten voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden nagelaten voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden nagelaten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden nagelaten voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt nagelaten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb nagelaten voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben nagelaten actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben nagelaten voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben nagelaten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben nagelaten voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt nagelaten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft nagelaten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft nagelaten voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is nagelaten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is nagelaten voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
laat na gebiedende wijs
liet na verleden tijd
na te laten actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
na te zullen laten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
na zal laten bijzin, toekomende tijd
na zou laten bijzin, voorwaardelijk
na zouden laten bijzin, voorwaardelijk
na zoudt laten bijzin, voorwaardelijk
na zullen laten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
na zullen laten bijzin, toekomende tijd
na zult laten bijzin, toekomende tijd
nagelaten verleden tijd, deelwoord
nagelaten te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
nagelaten te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
nagelaten te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
nagelaten te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
nagelaten te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
nagelaten worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
nagelaten zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
nagelaten zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
nagelaten zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
nagelaten zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
nalaat bijzin, tegenwoordige tijd
nalatend onvoltooid, deelwoord
naliet bijzin, verleden tijd
nalieten bijzin, verleden tijd
te hebben nagelaten actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen nalaten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart nagelaten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren nagelaten voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren nagelaten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren nagelaten voltooid, verleden tijd, derde persoon
was nagelaten voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was nagelaten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was nagelaten voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd nagelaten enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd nagelaten enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd nagelaten enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden nagelaten enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden nagelaten enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden nagelaten enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt nagelaten enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word nagelaten enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden nagelaten enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden nagelaten enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden nagelaten enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt nagelaten enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt nagelaten enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal nagelaten hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal nagelaten hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal nagelaten hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal nagelaten worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal nagelaten worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal nagelaten zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal nagelaten zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal nalaten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal nalaten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal nalaten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal nalaten bijzin, toekomende tijd
zijn nagelaten voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn nagelaten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn nagelaten voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt nagelaten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou nagelaten hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou nagelaten hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou nagelaten hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou nagelaten worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou nagelaten worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou nagelaten worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou nagelaten zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou nagelaten zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou nagelaten zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou nalaten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou nalaten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou nalaten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou nalaten bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) nalaten na zou(dt) laten bijzin, voorwaardelijk
zouden nagelaten hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden nagelaten hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden nagelaten hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden nagelaten worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden nagelaten worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden nagelaten worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden nagelaten zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden nagelaten zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden nagelaten zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden nalaten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden nalaten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden nalaten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden nalaten bijzin, voorwaardelijk
zoudt nagelaten hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt nagelaten worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt nagelaten zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt nalaten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt nalaten bijzin, voorwaardelijk
zullen nagelaten hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen nagelaten hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen nagelaten hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen nagelaten worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen nagelaten worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen nagelaten worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen nagelaten zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen nagelaten zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen nagelaten zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen nalaten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen nalaten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen nalaten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen nalaten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen nalaten bijzin, toekomende tijd
zult nagelaten hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult nagelaten worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

samenstelling van na bw en laten ww

Woordfamilie van nalaten

Woordvorm Relatie Afgeleid van
laat na gebiedende wijs nalaten
late na woordvorm nalaten
laten na aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon nalaten
liet na verleden tijd nalaten
lieten na aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon nalaten
nagelaten voltooid deelwoord nalaten
nalaat subordinate-clause, tegenwoordige tijd nalaten
nalate with-subordinate-clause nalaten
nalatend onvoltooid deelwoord nalaten
nalatende woordvorm nalaten
naliet subordinate-clause, verleden tijd nalaten
nalieten subordinate-clause, verleden tijd nalaten

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van nalaten zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over nalaten

Wat is de betekenis van nalaten?
Nalaten is een werkwoord. De betekenis is: iets niet doen, dat men had zullen of moeten doen. In totaal staan er 3 betekenissen.
Hoe vervoeg ik nalaten?
Zo vervoeg je nalaten zo: het voltooid deelwoord is nagelaten. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord nalaten is 10 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. N 1
  2. A 1
  3. L 3
  4. A 1
  5. T 2
  6. E 1
  7. N 1
  8. 10 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

nalaten levert met Wordfeud minimaal 10 en maximaal 88 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. N 1
  2. A 1
  3. L 3
  4. A 1
  5. T 2
  6. E 1
  7. N 1
  8. 10 zonder bonus
  9. 88 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (L) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus, plus 40 punten omdat alle zeven stenen van het rek gebruikt worden.

nalaten telt 7 letters, waarvan 5 verschillende, want 2 letters komen er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 21.717 woorden van 7 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

nalaten in het kort

nalaten staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 3 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van nalaten staan er 86 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort nalaten bij een woordfamilie van 12 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

nalaten: iets niet doen, dat men had zullen of moeten doen
Deel nalaten — standaardnederlands.nl