vervuilen
werkwoord vərˈvœylə(n)Betekenis
- bezoedelen met verontreinigingen
- het proces van ophoping van gifstoffen
Hoe spreek je vervuilen uit?
/vərˈvœylən/
Vervuilen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| v | vis |
| ə | de |
| r | rood |
| œy | huis |
| l | land |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van vervuilen
vervuilenhele werkwoord — vervuildeverleden tijd enkelvoud — vervuildenverleden tijd meervoud — vervuildvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | vervuil | vervuilde |
| jij | vervuilt | vervuilde |
| hij, zij, het | vervuilt | vervuilde |
| wij | vervuilen | vervuilden |
| jullie | vervuilen | vervuilden |
| zij | vervuilen | vervuilden |
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| er is vervuild | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was vervuild | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd vervuild | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt vervuild | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal vervuild worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal vervuild zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou vervuild worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou vervuild zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had vervuild | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had vervuild | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had vervuild | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden vervuild | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden vervuild | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden vervuild | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt vervuild | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb vervuild | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben vervuild | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben vervuild | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben vervuild | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben vervuild | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt vervuild | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft vervuild | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft vervuild | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben vervuild | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te vervuilen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen vervuilen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| vervuil | gebiedende wijs |
| vervuild | verleden tijd, deelwoord |
| vervuild te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| vervuild zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| vervuilde | verleden tijd |
| vervuile | aanvoegende wijs |
| vervuilend | onvoltooid, deelwoord |
| zal vervuild hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal vervuild hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal vervuild hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal vervuilen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal vervuilen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal vervuilen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zou vervuild hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou vervuild hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou vervuild hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou vervuilen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou vervuilen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou vervuilen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden vervuild hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden vervuild hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden vervuild hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden vervuilen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden vervuilen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden vervuilen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt vervuild hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt vervuilen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen vervuild hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen vervuild hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen vervuild hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen vervuilen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen vervuilen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen vervuilen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen vervuilen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult vervuild hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult vervuilen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
afgeleid van vuil met het voorvoegsel ver- en met het achtervoegsel -en
Woordfamilie van vervuilen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| vervuil | gebiedende wijs | vervuilen |
| vervuild | voltooid deelwoord | vervuilen |
| vervuilden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | vervuilen |
| vervuile | aanvoegende wijs | vervuilen |
| vervuilend | onvoltooid deelwoord | vervuilen |
| vervuilende | woordvorm | vervuilen |
| vervuilt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | vervuilen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van vervuilen zijn vastgelegd.