verrekken
werkwoordBetekenis
- op een miserabele wijze aan zijn einde komen
- het ~ iets ondanks alles niet doen, iets weigeren te doen
- tweede betekenisomschrijving
- enz.
werkwoord
- een spier in een bepaald lichaamsdeel (meestal een arm of been) door een verkeerde beweging overbelasten transitive
Vervoeging van verrekken
verrekkenhele werkwoord — verrekteverleden tijd enkelvoud — verrektenverleden tijd meervoud — verrektvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | verrek | verrekte |
| jij | verrekt | verrekte |
| hij, zij, het | verrekt | verrekte |
| wij | verrekken | verrekten |
| jullie | verrekken | verrekten |
| zij | verrekken | verrekten |
Alle 100 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben verrekt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent verrekt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is verrekt | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was verrekt | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd verrekt | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt verrekt | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal verrekt worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal verrekt zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou verrekt worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou verrekt zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| is verrekt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is verrekt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te verrekken | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zijn verrekt | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen verrekken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verrek | gebiedende wijs |
| verrekke | aanvoegende wijs |
| verrekkend | onvoltooid, deelwoord |
| verrekt | verleden tijd, deelwoord |
| verrekt te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| verrekt te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| verrekt te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verrekt te zullen zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verrekt te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verrekt worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| verrekt zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| verrekt zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| verrekt zullen zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| verrekt zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| verrekt/verrokken [2] | verleden tijd, deelwoord |
| verrekte/verrok [2] | verleden tijd |
| waart verrekt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren verrekt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren verrekt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren verrekt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was verrekt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was verrekt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was verrekt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd verrekt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd verrekt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd verrekt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden verrekt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden verrekt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden verrekt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt verrekt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word verrekt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden verrekt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden verrekt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden verrekt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt verrekt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt verrekt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal verrekken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal verrekken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal verrekken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal verrekt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal verrekt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal verrekt zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal verrekt zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal verrekt zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zijn verrekt | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| zijn verrekt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn verrekt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn verrekt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt verrekt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou verrekken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou verrekken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou verrekken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou verrekt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou verrekt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou verrekt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou verrekt zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou verrekt zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou verrekt zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden verrekken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden verrekken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden verrekken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden verrekt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden verrekt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden verrekt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden verrekt zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden verrekt zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden verrekt zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt verrekken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt verrekt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt verrekt zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen verrekken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen verrekken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen verrekken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen verrekken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen verrekt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen verrekt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen verrekt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen verrekt zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen verrekt zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen verrekt zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult verrekken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult verrekt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult verrekt zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
In de betekenis van ‘lichaamsdeel ontwrichten’ voor het eerst aangetroffen in 1562
Woordfamilie van verrekken
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| verrekke | aanvoegende wijs | verrekken |
| verrekkend | onvoltooid deelwoord | verrekken |
| verrekkende | woordvorm | verrekken |
| verrekten | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | verrekken |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van verrekken zijn vastgelegd.