verorberen
werkwoordBetekenis
- geheel opeten
Vervoeging van verorberen
verorberenhele werkwoord — verorberdeverleden tijd enkelvoud — verorberdenverleden tijd meervoud — verorberdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | verorber | verorberde |
| jij | verorbert | verorberde |
| hij, zij, het | verorbert | verorberde |
| wij | verorberen | verorberden |
| jullie | verorberen | verorberden |
| zij | verorberen | verorberden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben verorberd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent verorberd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is verorberd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was verorberd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd verorberd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt verorberd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal verorberd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal verorberd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou verorberd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou verorberd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had verorberd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had verorberd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had verorberd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden verorberd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden verorberd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden verorberd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt verorberd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb verorberd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben verorberd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben verorberd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben verorberd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben verorberd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt verorberd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft verorberd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft verorberd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is verorberd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is verorberd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben verorberd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te verorberen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen verorberen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verorber | gebiedende wijs |
| verorberd | verleden tijd, deelwoord |
| verorberd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| verorberd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| verorberd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verorberd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verorberd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verorberd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| verorberd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| verorberd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| verorberd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| verorberd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| verorberde | verleden tijd |
| verorbere | aanvoegende wijs |
| verorberend | onvoltooid, deelwoord |
| waart verorberd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren verorberd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren verorberd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren verorberd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was verorberd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was verorberd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was verorberd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd verorberd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd verorberd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd verorberd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden verorberd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden verorberd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden verorberd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt verorberd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word verorberd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden verorberd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden verorberd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden verorberd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt verorberd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt verorberd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal verorberd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal verorberd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal verorberd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal verorberd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal verorberd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal verorberd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal verorberd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal verorberen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal verorberen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal verorberen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn verorberd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn verorberd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn verorberd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt verorberd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou verorberd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou verorberd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou verorberd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou verorberd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou verorberd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou verorberd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou verorberd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou verorberd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou verorberd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou verorberen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou verorberen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou verorberen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden verorberd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden verorberd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden verorberd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden verorberd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden verorberd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden verorberd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden verorberd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden verorberd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden verorberd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden verorberen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden verorberen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden verorberen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt verorberd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt verorberd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt verorberd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt verorberen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen verorberd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen verorberd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen verorberd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen verorberd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen verorberd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen verorberd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen verorberd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen verorberd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen verorberd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen verorberen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen verorberen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen verorberen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen verorberen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult verorberd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult verorberd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult verorberd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult verorberen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
In de betekenis van ‘nuttigen’ voor het eerst aangetroffen in 1710
Woordfamilie van verorberen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| verorber | gebiedende wijs | verorberen |
| verorberd | voltooid deelwoord | verorberen |
| verorberde | verleden tijd | verorberen |
| verorberden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | verorberen |
| verorbere | aanvoegende wijs | verorberen |
| verorberend | onvoltooid deelwoord | verorberen |
| verorberende | woordvorm | verorberen |
| verorbert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | verorberen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van verorberen zijn vastgelegd.