verootmoedigen
werkwoordBetekenis
- zich ~: zich nederig opstellen
Vervoeging van verootmoedigen
verootmoedigenhele werkwoord — verootmoedigdvoltooid deelwoord
Alle 36 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| verootmoedig me | eerste persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud |
| verootmoedig u/je , verootmoedigt je | gebiedende wijs |
| verootmoedigd | verleden tijd, deelwoord |
| verootmoedigde | verleden tijd |
| verootmoedigde je | tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud |
| verootmoedigde me | eerste persoon, verleden tijd, enkelvoud |
| verootmoedigde u | tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud |
| verootmoedigde u | tweede persoon, verleden tijd, meervoud |
| verootmoedigde zich | derde persoon, verleden tijd, enkelvoud |
| verootmoedigde zich/u | tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud |
| verootmoedigde zich/u | tweede persoon, verleden tijd, meervoud |
| verootmoedigden je | tweede persoon, verleden tijd, meervoud |
| verootmoedigden ons | eerste persoon, verleden tijd, meervoud |
| verootmoedigden zich | derde persoon, verleden tijd, meervoud |
| verootmoedige zich | aanvoegende wijs |
| verootmoedigen je | tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud |
| verootmoedigen ons | eerste persoon, tegenwoordige tijd, meervoud |
| verootmoedigen zich | derde persoon, tegenwoordige tijd, meervoud |
| verootmoedigt je | tweede persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud |
| verootmoedigt u | tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud |
| verootmoedigt u | tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud |
| verootmoedigt zich | derde persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud |
| verootmoedigt zich/u | tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud |
| verootmoedigt zich/u | tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud |
| zal me verootmoedigen | eerste persoon, toekomende tijd, enkelvoud |
| zal zich verootmoedigen | derde persoon, toekomende tijd, enkelvoud |
| zal, zult je verootmoedigen | tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud |
| zich verootmoedigd hebben | verleden tijd |
| zich verootmoedigend | onvoltooid, deelwoord |
| zullen je verootmoedigen | tweede persoon, toekomende tijd, meervoud |
| zullen ons verootmoedigen | eerste persoon, toekomende tijd, meervoud |
| zullen zich verootmoedigen | derde persoon, toekomende tijd, meervoud |
| zult u verootmoedigen | tweede persoon |
| zult u verootmoedigen | tweede persoon, toekomende tijd, meervoud |
| zult zich/u verootmoedigen | tweede persoon |
| zult zich/u verootmoedigen | tweede persoon, toekomende tijd, meervoud |
Herkomst
afgeleid van ootmoedig met het voorvoegsel ver- en met het achtervoegsel -en
Woordfamilie van verootmoedigen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| verootmoedig | woordvorm | verootmoedigen |
| verootmoedigd | voltooid deelwoord | verootmoedigen |
| verootmoedigde | verleden tijd | verootmoedigen |
| verootmoedigden | woordvorm | verootmoedigen |
| verootmoedige | woordvorm | verootmoedigen |
| verootmoedigend | woordvorm | verootmoedigen |
| verootmoedigende | woordvorm | verootmoedigen |
| verootmoedigt | woordvorm | verootmoedigen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van verootmoedigen zijn vastgelegd.