Naar de inhoud

consumeren

voeding nuttigen

consumeren

werkwoord

Betekenis

  1. voeding nuttigen
  2. het verbruiken van goederen en diensten

Vervoeging van consumeren

consumerenhele werkwoord — consumeerdeverleden tijd enkelvoud — consumeerdenverleden tijd meervoud — geconsumeerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik consumeer consumeerde
jij consumeert consumeerde
hij, zij, het consumeert consumeerde
wij consumeren consumeerden
jullie consumeren consumeerden
zij consumeren consumeerden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben geconsumeerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent geconsumeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
consumeer gebiedende wijs
consumeerde verleden tijd
consumere aanvoegende wijs
consumerend onvoltooid, deelwoord
er is geconsumeerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was geconsumeerd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd geconsumeerd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt geconsumeerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal geconsumeerd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal geconsumeerd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou geconsumeerd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou geconsumeerd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
geconsumeerd verleden tijd, deelwoord
geconsumeerd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
geconsumeerd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
geconsumeerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geconsumeerd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
geconsumeerd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geconsumeerd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
geconsumeerd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
geconsumeerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
geconsumeerd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
geconsumeerd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had geconsumeerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had geconsumeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had geconsumeerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden geconsumeerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden geconsumeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden geconsumeerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt geconsumeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb geconsumeerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geconsumeerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben geconsumeerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geconsumeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben geconsumeerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt geconsumeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geconsumeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geconsumeerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is geconsumeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is geconsumeerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te consumeren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben geconsumeerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen consumeren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart geconsumeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren geconsumeerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren geconsumeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren geconsumeerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was geconsumeerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was geconsumeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was geconsumeerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd geconsumeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd geconsumeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd geconsumeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden geconsumeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden geconsumeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden geconsumeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt geconsumeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word geconsumeerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden geconsumeerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden geconsumeerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden geconsumeerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt geconsumeerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt geconsumeerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal consumeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal consumeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal consumeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal geconsumeerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geconsumeerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal geconsumeerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal geconsumeerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geconsumeerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal geconsumeerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geconsumeerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn geconsumeerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn geconsumeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn geconsumeerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt geconsumeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou consumeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou consumeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou consumeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou geconsumeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geconsumeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geconsumeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou geconsumeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geconsumeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou geconsumeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geconsumeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geconsumeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geconsumeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden consumeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden consumeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden consumeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden geconsumeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geconsumeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geconsumeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden geconsumeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden geconsumeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden geconsumeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden geconsumeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geconsumeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geconsumeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt consumeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt geconsumeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt geconsumeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt geconsumeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen consumeren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen consumeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen consumeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen consumeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen geconsumeerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geconsumeerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geconsumeerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen geconsumeerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen geconsumeerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen geconsumeerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen geconsumeerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geconsumeerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geconsumeerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult consumeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult geconsumeerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult geconsumeerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult geconsumeerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘gebruiken, verbruiken’ voor het eerst aangetroffen in 1493

Woordfamilie van consumeren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
consumeer gebiedende wijs consumeren
consumeerde verleden tijd consumeren
consumeerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon consumeren
consumeert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon consumeren
consumere aanvoegende wijs consumeren
consumerend onvoltooid deelwoord consumeren
consumerende woordvorm consumeren
geconsumeerd voltooid deelwoord consumeren
geconsumeerde woordvorm consumeren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van consumeren zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over consumeren

Wat betekent consumeren?
Consumeren is een werkwoord. Het woord betekent: voeding nuttigen. Deze pagina beschrijft 2 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je consumeren?
Je vervoegt consumeren als volgt: de tegenwoordige tijd is consumeer, de verleden tijd is consumeerde en het voltooid deelwoord is geconsumeerd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord consumeren is 21 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. C 5
  2. O 1
  3. N 1
  4. S 2
  5. U 4
  6. M 3
  7. E 1
  8. R 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 21 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

consumeren levert met Wordfeud minimaal 19 en maximaal 87 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. C 5
  2. O 1
  3. N 1
  4. S 2
  5. U 2
  6. M 3
  7. E 1
  8. R 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 19 zonder bonus
  12. 87 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (C) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

consumeren in het kort

consumeren staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 2 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van consumeren zijn 75 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort consumeren bij een woordfamilie van 9 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

consumeren: voeding nuttigen
Deel consumeren — standaardnederlands.nl