vernikkelen
werkwoordBetekenis
- een voorwerp bedekken met een dun laagje nikkel
- overdrachtelijk stijf en grauw worden van de kou
Vervoeging van vernikkelen
vernikkelenhele werkwoord — vernikkeldeverleden tijd enkelvoud — vernikkeldenverleden tijd meervoud — vernikkeldvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | vernikkel | vernikkelde |
| jij | vernikkelt | vernikkelde |
| hij, zij, het | vernikkelt | vernikkelde |
| wij | vernikkelen | vernikkelden |
| jullie | vernikkelen | vernikkelden |
| zij | vernikkelen | vernikkelden |
Alle 99 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief, voltooid |
| ben vernikkeld | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent vernikkeld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is vernikkeld | impersonal, passief, voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon, voltooid |
| er was vernikkeld | impersonal, passief, voltooid, verleden tijd, derde persoon, voltooid |
| er werd vernikkeld | impersonal, passief, voltooid, verleden tijd, eerste persoon, onvoltooid |
| er wordt vernikkeld | impersonal, passief, voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon, onvoltooid |
| er zal vernikkeld worden | impersonal, passief, voltooid, toekomende tijd, eerste persoon, onvoltooid |
| er zal vernikkeld zijn | impersonal, passief, voltooid, toekomende tijd, derde persoon, voltooid |
| er zou vernikkeld worden | impersonal, passief, voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon, onvoltooid |
| er zou vernikkeld zijn | impersonal, passief, voltooid, voorwaardelijk, derde persoon, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| hebben vernikkeld | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| is vernikkeld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is vernikkeld | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben/zijn vernikkeld | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te vernikkelen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen vernikkelen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| vernikkel | gebiedende wijs |
| vernikkeld | verleden tijd, deelwoord |
| vernikkeld te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| vernikkeld te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| vernikkeld te zullen hebben/zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| vernikkeld te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| vernikkeld te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| vernikkeld worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| vernikkeld zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| vernikkeld zullen hebben/zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| vernikkeld zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| vernikkeld zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| vernikkelde | verleden tijd |
| vernikkele | aanvoegende wijs |
| vernikkelend | onvoltooid, deelwoord |
| waart vernikkeld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren vernikkeld | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren vernikkeld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren vernikkeld | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was vernikkeld | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was vernikkeld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was vernikkeld | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd vernikkeld | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd vernikkeld | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd vernikkeld | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden vernikkeld | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden vernikkeld | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden vernikkeld | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt vernikkeld | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word vernikkeld | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden vernikkeld | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden vernikkeld | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden vernikkeld | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt vernikkeld | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt vernikkeld | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal vernikkeld worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal vernikkeld worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal vernikkeld zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal vernikkeld zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal vernikkelen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal vernikkelen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal vernikkelen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn vernikkeld | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| zijn vernikkeld | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn vernikkeld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn vernikkeld | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt vernikkeld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou vernikkeld worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou vernikkeld worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou vernikkeld worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou vernikkeld zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou vernikkeld zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou vernikkeld zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou vernikkelen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou vernikkelen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou vernikkelen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden vernikkeld worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden vernikkeld worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden vernikkeld worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden vernikkeld zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden vernikkeld zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden vernikkeld zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden vernikkelen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden vernikkelen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden vernikkelen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt vernikkeld worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt vernikkeld zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt vernikkelen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen vernikkeld worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen vernikkeld worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen vernikkeld worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen vernikkeld zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen vernikkeld zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen vernikkeld zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen vernikkelen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen vernikkelen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen vernikkelen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen vernikkelen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult vernikkeld worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult vernikkeld zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult vernikkelen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
In de betekenis van ‘van een laag nikkel voorzien’ voor het eerst aangetroffen in 1870
Woordfamilie van vernikkelen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| vernikkel | gebiedende wijs | vernikkelen |
| vernikkeld | voltooid deelwoord | vernikkelen |
| vernikkelde | verleden tijd | vernikkelen |
| vernikkelden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | vernikkelen |
| vernikkele | aanvoegende wijs | vernikkelen |
| vernikkelend | onvoltooid deelwoord | vernikkelen |
| vernikkelende | woordvorm | vernikkelen |
| vernikkelt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | vernikkelen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van vernikkelen zijn vastgelegd.