vernis
zelfstandig naamwoord, werkwoordBetekenis
- een oplossing van filmvormende stoffen in vluchtige oplosmiddelen die gebruikt wordt voor de bescherming van o.a. hout, metaal en verf
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| vernisje | verkleinwoord, enkelvoud |
| vernisjes | verkleinwoord, meervoud |
| vernissen | meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van vernissen
- gebiedende wijs van vernissen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van vernissen
Vervoeging van vernis
vernishele werkwoord
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘doorzichtige lak’ voor het eerst aangetroffen in 1384
Woordfamilie van vernis
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| vernisje | verkleinwoord | vernis |
| vernisjes | verkleinwoord meervoud | vernis |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van vernis zijn vastgelegd.