Naar de inhoud

verzilveren

een voorwerp bedekken met een dun laagje zilver

verzilveren

werkwoord vərˈzɪlvərə(n)

Betekenis

  1. een voorwerp bedekken met een dun laagje zilver
  2. een waardepapier of iets anders dat waarde heeft omzetten in contant geld
  3. omzetten in iets waardevols dat geen geldelijke waarde heeft

Hoe spreek je verzilveren uit?

/vərˈzɪlvərən/

Verzilveren bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.

De tekens in /vərˈzɪlvərən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
v vis
ə de
r rood
z zon
ɪ pit
l land
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van verzilveren

verzilverenhele werkwoord — verzilverdeverleden tijd enkelvoud — verzilverdenverleden tijd meervoud — verzilverdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik verzilver verzilverde
jij verzilvert verzilverde
hij, zij, het verzilvert verzilverde
wij verzilveren verzilverden
jullie verzilveren verzilverden
zij verzilveren verzilverden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben verzilverd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent verzilverd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is verzilverd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was verzilverd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd verzilverd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt verzilverd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal verzilverd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal verzilverd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou verzilverd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou verzilverd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had verzilverd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had verzilverd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had verzilverd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden verzilverd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden verzilverd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden verzilverd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt verzilverd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb verzilverd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben verzilverd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben verzilverd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben verzilverd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben verzilverd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt verzilverd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft verzilverd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft verzilverd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is verzilverd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is verzilverd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben verzilverd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te verzilveren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen verzilveren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
verzilver gebiedende wijs
verzilverd verleden tijd, deelwoord
verzilverd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
verzilverd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
verzilverd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
verzilverd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
verzilverd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
verzilverd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
verzilverd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
verzilverd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
verzilverd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
verzilverd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
verzilverde verleden tijd
verzilvere aanvoegende wijs
verzilverend onvoltooid, deelwoord
waart verzilverd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren verzilverd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren verzilverd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren verzilverd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was verzilverd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was verzilverd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was verzilverd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd verzilverd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd verzilverd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd verzilverd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden verzilverd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden verzilverd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden verzilverd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt verzilverd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word verzilverd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden verzilverd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden verzilverd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden verzilverd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt verzilverd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt verzilverd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal verzilverd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal verzilverd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal verzilverd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal verzilverd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal verzilverd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal verzilverd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal verzilverd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal verzilveren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal verzilveren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal verzilveren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn verzilverd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn verzilverd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn verzilverd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt verzilverd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou verzilverd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou verzilverd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou verzilverd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou verzilverd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou verzilverd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou verzilverd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou verzilverd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou verzilverd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou verzilverd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou verzilveren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou verzilveren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou verzilveren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden verzilverd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden verzilverd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden verzilverd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden verzilverd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden verzilverd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden verzilverd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden verzilverd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden verzilverd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden verzilverd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden verzilveren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden verzilveren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden verzilveren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt verzilverd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt verzilverd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt verzilverd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt verzilveren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen verzilverd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen verzilverd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen verzilverd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen verzilverd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen verzilverd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen verzilverd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen verzilverd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen verzilverd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen verzilverd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen verzilveren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen verzilveren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen verzilveren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen verzilveren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult verzilverd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult verzilverd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult verzilverd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult verzilveren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

Afgeleid van zilver met het voorvoegsel ver-

Woordfamilie van verzilveren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
verzilver gebiedende wijs verzilveren
verzilverden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon verzilveren
verzilvere aanvoegende wijs verzilveren
verzilverend onvoltooid deelwoord verzilveren
verzilverende woordvorm verzilveren
verzilvert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon verzilveren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van verzilveren zijn vastgelegd.

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over verzilveren

Hoe spreek je verzilveren uit?
De uitspraak van verzilveren is: /vərˈzɪlvərə(n)/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd.
Wat betekent verzilveren?
Verzilveren is een werkwoord. Het woord betekent: een voorwerp bedekken met een dun laagje zilver. Deze pagina beschrijft 3 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je verzilveren?
Je vervoegt verzilveren als volgt: de tegenwoordige tijd is verzilver, de verleden tijd is verzilverde en het voltooid deelwoord is verzilverd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord verzilveren is 24 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. V 4
  2. E 1
  3. R 2
  4. Z 4
  5. I 1
  6. L 3
  7. V 4
  8. E 1
  9. R 2
  10. E 1
  11. N 1
  12. 24 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

verzilveren levert met Wordfeud minimaal 26 en maximaal 108 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. V 4
  2. E 1
  3. R 2
  4. Z 5
  5. I 2
  6. L 3
  7. V 4
  8. E 1
  9. R 2
  10. E 1
  11. N 1
  12. 26 zonder bonus
  13. 108 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (Z) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

verzilveren in het kort

verzilveren staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 3 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van verzilveren zijn 75 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort verzilveren bij een woordfamilie van 6 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

verzilveren: een voorwerp bedekken met een dun laagje zilver
Deel verzilveren — standaardnederlands.nl