vernielen
werkwoord vərˈnilə(n)Betekenis
- grondig kapotmaken
Hoe spreek je vernielen uit?
/vərˈnilən/
Vernielen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| v | vis |
| ə | de |
| r | rood |
| n | nek |
| i | riet |
| l | land |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van vernielen
vernielenhele werkwoord — vernieldeverleden tijd enkelvoud — vernieldenverleden tijd meervoud — vernieldvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | verniel | vernielde |
| jij | vernielt | vernielde |
| hij, zij, het | vernielt | vernielde |
| wij | vernielen | vernielden |
| jullie | vernielen | vernielden |
| zij | vernielen | vernielden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben vernield | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent vernield | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is vernield | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was vernield | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd vernield | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt vernield | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal vernield worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal vernield zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou vernield worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou vernield zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had vernield | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had vernield | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had vernield | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden vernield | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden vernield | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden vernield | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt vernield | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb vernield | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben vernield | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben vernield | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben vernield | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben vernield | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt vernield | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft vernield | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft vernield | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is vernield | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is vernield | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben vernield | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te vernielen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen vernielen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verniel | gebiedende wijs |
| vernield | verleden tijd, deelwoord |
| vernield te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| vernield te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| vernield te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| vernield te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| vernield te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| vernield worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| vernield zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| vernield zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| vernield zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| vernield zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| vernielde | verleden tijd |
| verniele | aanvoegende wijs |
| vernielend | onvoltooid, deelwoord |
| waart vernield | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren vernield | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren vernield | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren vernield | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was vernield | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was vernield | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was vernield | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd vernield | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd vernield | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd vernield | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden vernield | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden vernield | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden vernield | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt vernield | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word vernield | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden vernield | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden vernield | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden vernield | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt vernield | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt vernield | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal vernield hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal vernield hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal vernield hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal vernield worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal vernield worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal vernield zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal vernield zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal vernielen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal vernielen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal vernielen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn vernield | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn vernield | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn vernield | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt vernield | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou vernield hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou vernield hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou vernield hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou vernield worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou vernield worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou vernield worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou vernield zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou vernield zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou vernield zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou vernielen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou vernielen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou vernielen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden vernield hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden vernield hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden vernield hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden vernield worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden vernield worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden vernield worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden vernield zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden vernield zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden vernield zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden vernielen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden vernielen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden vernielen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt vernield hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt vernield worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt vernield zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt vernielen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen vernield hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen vernield hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen vernield hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen vernield worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen vernield worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen vernield worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen vernield zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen vernield zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen vernield zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen vernielen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen vernielen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen vernielen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen vernielen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult vernield hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult vernield worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult vernield zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult vernielen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
In de betekenis van ‘stukmaken’ voor het eerst aangetroffen in 1329
Woordfamilie van vernielen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| verniel | gebiedende wijs | vernielen |
| vernield | voltooid deelwoord | vernielen |
| vernielde | verleden tijd | vernielen |
| vernielden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | vernielen |
| verniele | aanvoegende wijs | vernielen |
| vernielend | onvoltooid deelwoord | vernielen |
| vernielende | woordvorm | vernielen |
| vernielt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | vernielen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van vernielen zijn vastgelegd.