verwoesten
werkwoord vərˈwustə(n)Betekenis
- totaal vernielen, niets intact laten
Hoe spreek je verwoesten uit?
/vərˈwustən/
Verwoesten bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| v | vis |
| ə | de |
| r | rood |
| w | quiz |
| u | boek |
| s | sok |
| t | tak |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van verwoesten
verwoestenhele werkwoord — verwoestteverleden tijd enkelvoud — verwoesttenverleden tijd meervoud — verwoestvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | verwoest | verwoestte |
| jij | verwoest | verwoestte |
| hij, zij, het | verwoest | verwoestte |
| wij | verwoesten | verwoestten |
| jullie | verwoesten | verwoestten |
| zij | verwoesten | verwoestten |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben verwoest | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent verwoest | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is verwoest | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was verwoest | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd verwoest | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt verwoest | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal verwoest worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal verwoest zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou verwoest worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou verwoest zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had verwoest | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had verwoest | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had verwoest | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden verwoest | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden verwoest | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden verwoest | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt verwoest | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb verwoest | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben verwoest | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben verwoest | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben verwoest | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben verwoest | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt verwoest | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft verwoest | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft verwoest | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is verwoest | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is verwoest | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben verwoest | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te verwoesten | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen verwoesten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verwoest | gebiedende wijs |
| verwoest | verleden tijd, deelwoord |
| verwoest te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| verwoest te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| verwoest te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verwoest te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verwoest te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verwoest worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| verwoest zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| verwoest zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| verwoest zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| verwoest zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| verwoeste | aanvoegende wijs |
| verwoestend | onvoltooid, deelwoord |
| verwoestte | verleden tijd |
| waart verwoest | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren verwoest | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren verwoest | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren verwoest | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was verwoest | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was verwoest | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was verwoest | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd verwoest | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd verwoest | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd verwoest | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden verwoest | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden verwoest | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden verwoest | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt verwoest | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word verwoest | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden verwoest | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden verwoest | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden verwoest | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt verwoest | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt verwoest | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal verwoest hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal verwoest hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal verwoest hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal verwoest worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal verwoest worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal verwoest zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal verwoest zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal verwoesten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal verwoesten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal verwoesten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn verwoest | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn verwoest | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn verwoest | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt verwoest | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou verwoest hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou verwoest hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou verwoest hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou verwoest worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou verwoest worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou verwoest worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou verwoest zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou verwoest zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou verwoest zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou verwoesten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou verwoesten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou verwoesten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden verwoest hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden verwoest hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden verwoest hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden verwoest worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden verwoest worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden verwoest worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden verwoest zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden verwoest zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden verwoest zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden verwoesten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden verwoesten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden verwoesten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt verwoest hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt verwoest worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt verwoest zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt verwoesten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen verwoest hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen verwoest hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen verwoest hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen verwoest worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen verwoest worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen verwoest worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen verwoest zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen verwoest zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen verwoest zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen verwoesten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen verwoesten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen verwoesten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen verwoesten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult verwoest hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult verwoest worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult verwoest zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult verwoesten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
Afgeleid van woest met het voorvoegsel ver- met het achtervoegsel -en
Woordfamilie van verwoesten
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| verwoestte | verleden tijd | verwoesten |
| verwoestten | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | verwoesten |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van verwoesten zijn vastgelegd.