verhaasten
werkwoordBetekenis
- eerder, sneller doen geschieden
Vervoeging van verhaasten
verhaastenhele werkwoord — verhaastteverleden tijd enkelvoud — verhaasttenverleden tijd meervoud — verhaastvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | verhaast | verhaastte |
| jij | verhaast | verhaastte |
| hij, zij, het | verhaast | verhaastte |
| wij | verhaasten | verhaastten |
| jullie | verhaasten | verhaastten |
| zij | verhaasten | verhaastten |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben verhaast | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent verhaast | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is verhaast | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was verhaast | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd verhaast | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt verhaast | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal verhaast worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal verhaast zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou verhaast worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou verhaast zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had verhaast | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had verhaast | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had verhaast | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden verhaast | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden verhaast | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden verhaast | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt verhaast | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb verhaast | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben verhaast | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben verhaast | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben verhaast | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben verhaast | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt verhaast | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft verhaast | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft verhaast | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is verhaast | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is verhaast | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben verhaast | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te verhaasten | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen verhaasten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verhaast | gebiedende wijs |
| verhaast | verleden tijd, deelwoord |
| verhaast te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| verhaast te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| verhaast te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verhaast te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verhaast te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verhaast worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| verhaast zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| verhaast zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| verhaast zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| verhaast zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| verhaaste | aanvoegende wijs |
| verhaastend | onvoltooid, deelwoord |
| verhaastte | verleden tijd |
| waart verhaast | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren verhaast | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren verhaast | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren verhaast | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was verhaast | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was verhaast | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was verhaast | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd verhaast | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd verhaast | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd verhaast | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden verhaast | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden verhaast | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden verhaast | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt verhaast | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word verhaast | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden verhaast | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden verhaast | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden verhaast | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt verhaast | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt verhaast | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal verhaast hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal verhaast hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal verhaast hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal verhaast worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal verhaast worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal verhaast zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal verhaast zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal verhaasten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal verhaasten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal verhaasten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn verhaast | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn verhaast | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn verhaast | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt verhaast | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou verhaast hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou verhaast hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou verhaast hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou verhaast worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou verhaast worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou verhaast worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou verhaast zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou verhaast zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou verhaast zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou verhaasten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou verhaasten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou verhaasten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden verhaast hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden verhaast hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden verhaast hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden verhaast worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden verhaast worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden verhaast worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden verhaast zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden verhaast zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden verhaast zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden verhaasten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden verhaasten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden verhaasten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt verhaast hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt verhaast worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt verhaast zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt verhaasten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen verhaast hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen verhaast hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen verhaast hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen verhaast worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen verhaast worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen verhaast worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen verhaast zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen verhaast zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen verhaast zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen verhaasten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen verhaasten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen verhaasten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen verhaasten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult verhaast hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult verhaast worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult verhaast zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult verhaasten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
afgeleid van haasten met het voorvoegsel ver-
Woordfamilie van verhaasten
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| verhaast | voltooid deelwoord | verhaasten |
| verhaaste | aanvoegende wijs | verhaasten |
| verhaastend | onvoltooid deelwoord | verhaasten |
| verhaastende | woordvorm | verhaasten |
| verhaastte | verleden tijd | verhaasten |
| verhaastten | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | verhaasten |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van verhaasten zijn vastgelegd.