Naar de inhoud

terugzetten

achteruit zetten

terugzetten

werkwoord

Betekenis

  1. achteruit zetten
  2. weer zetten op de plaats vanwaar iets of iemand gekomen is
  3. een minder belangrijke plaats geven

Vervoeging van terugzetten

terugzettenhele werkwoord — zette terugverleden tijd enkelvoud — zetten terugverleden tijd meervoud — teruggezetvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik zet terug zette terug
jij zet terug zette terug
hij, zij, het zet terug zette terug
wij zetten terug zetten terug
jullie zetten terug zetten terug
zij zetten terug zetten terug
Alle 143 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben teruggezet voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent teruggezet voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is teruggezet impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was teruggezet impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd teruggezet impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt teruggezet impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal teruggezet worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal teruggezet zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou teruggezet worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou teruggezet zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had teruggezet voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had teruggezet voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had teruggezet voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden teruggezet voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden teruggezet voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden teruggezet voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt teruggezet voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb teruggezet voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben teruggezet actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben teruggezet voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben teruggezet voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben teruggezet voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt teruggezet voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft teruggezet voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft teruggezet voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is teruggezet voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is teruggezet voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben teruggezet actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen terugzetten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
terug te zetten actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
terug te zullen zetten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
terug zal zetten bijzin, toekomende tijd
terug zou zetten bijzin, voorwaardelijk
terug zouden zetten bijzin, voorwaardelijk
terug zoudt zetten bijzin, voorwaardelijk
terug zullen zetten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
terug zullen zetten bijzin, toekomende tijd
terug zult zetten bijzin, toekomende tijd
teruggezet verleden tijd, deelwoord
teruggezet te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
teruggezet te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
teruggezet te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
teruggezet te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
teruggezet te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
teruggezet worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
teruggezet zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
teruggezet zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
teruggezet zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
teruggezet zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
terugzet bijzin, tegenwoordige tijd
terugzette bijzin, verleden tijd
terugzettend onvoltooid, deelwoord
waart teruggezet voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren teruggezet voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren teruggezet voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren teruggezet voltooid, verleden tijd, derde persoon
was teruggezet voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was teruggezet voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was teruggezet voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd teruggezet enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd teruggezet enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd teruggezet enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden teruggezet enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden teruggezet enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden teruggezet enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt teruggezet enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word teruggezet enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden teruggezet enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden teruggezet enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden teruggezet enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt teruggezet enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt teruggezet enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal teruggezet hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal teruggezet hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal teruggezet hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal teruggezet worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal teruggezet worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal teruggezet zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal teruggezet zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal terugzetten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal terugzetten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal terugzetten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal terugzetten bijzin, toekomende tijd
zet terug gebiedende wijs
zette terug verleden tijd
zijn teruggezet voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn teruggezet voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn teruggezet voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt teruggezet voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou teruggezet hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou teruggezet hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou teruggezet hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou teruggezet worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou teruggezet worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou teruggezet worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou teruggezet zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou teruggezet zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou teruggezet zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou terugzetten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou terugzetten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou terugzetten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou terugzetten bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) terugzetten terug zou(dt) zetten bijzin, voorwaardelijk
zouden teruggezet hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden teruggezet hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden teruggezet hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden teruggezet worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden teruggezet worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden teruggezet worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden teruggezet zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden teruggezet zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden teruggezet zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden terugzetten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden terugzetten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden terugzetten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden terugzetten bijzin, voorwaardelijk
zoudt teruggezet hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt teruggezet worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt teruggezet zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt terugzetten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt terugzetten bijzin, voorwaardelijk
zullen teruggezet hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen teruggezet hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen teruggezet hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen teruggezet worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen teruggezet worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen teruggezet worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen teruggezet zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen teruggezet zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen teruggezet zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen terugzetten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen terugzetten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen terugzetten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen terugzetten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen terugzetten bijzin, toekomende tijd
zult teruggezet hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult teruggezet worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult teruggezet zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud verleden tijd van terugzetten

Vervoeging van terugzetten

terugzettenhele werkwoord — zette terugverleden tijd enkelvoud — zetten terugverleden tijd meervoud — teruggezetvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik zet terug zette terug
jij zet terug zette terug
hij, zij, het zet terug zette terug
wij zetten terug zetten terug
jullie zetten terug zetten terug
zij zetten terug zetten terug
Alle 143 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben teruggezet voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent teruggezet voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is teruggezet impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was teruggezet impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd teruggezet impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt teruggezet impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal teruggezet worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal teruggezet zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou teruggezet worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou teruggezet zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had teruggezet voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had teruggezet voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had teruggezet voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden teruggezet voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden teruggezet voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden teruggezet voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt teruggezet voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb teruggezet voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben teruggezet actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben teruggezet voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben teruggezet voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben teruggezet voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt teruggezet voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft teruggezet voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft teruggezet voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is teruggezet voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is teruggezet voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben teruggezet actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen terugzetten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
terug te zetten actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
terug te zullen zetten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
terug zal zetten bijzin, toekomende tijd
terug zou zetten bijzin, voorwaardelijk
terug zouden zetten bijzin, voorwaardelijk
terug zoudt zetten bijzin, voorwaardelijk
terug zullen zetten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
terug zullen zetten bijzin, toekomende tijd
terug zult zetten bijzin, toekomende tijd
teruggezet verleden tijd, deelwoord
teruggezet te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
teruggezet te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
teruggezet te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
teruggezet te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
teruggezet te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
teruggezet worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
teruggezet zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
teruggezet zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
teruggezet zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
teruggezet zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
terugzet bijzin, tegenwoordige tijd
terugzette bijzin, verleden tijd
terugzettend onvoltooid, deelwoord
waart teruggezet voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren teruggezet voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren teruggezet voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren teruggezet voltooid, verleden tijd, derde persoon
was teruggezet voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was teruggezet voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was teruggezet voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd teruggezet enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd teruggezet enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd teruggezet enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden teruggezet enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden teruggezet enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden teruggezet enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt teruggezet enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word teruggezet enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden teruggezet enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden teruggezet enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden teruggezet enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt teruggezet enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt teruggezet enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal teruggezet hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal teruggezet hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal teruggezet hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal teruggezet worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal teruggezet worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal teruggezet zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal teruggezet zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal terugzetten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal terugzetten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal terugzetten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal terugzetten bijzin, toekomende tijd
zet terug gebiedende wijs
zette terug verleden tijd
zijn teruggezet voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn teruggezet voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn teruggezet voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt teruggezet voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou teruggezet hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou teruggezet hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou teruggezet hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou teruggezet worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou teruggezet worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou teruggezet worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou teruggezet zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou teruggezet zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou teruggezet zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou terugzetten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou terugzetten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou terugzetten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou terugzetten bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) terugzetten terug zou(dt) zetten bijzin, voorwaardelijk
zouden teruggezet hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden teruggezet hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden teruggezet hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden teruggezet worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden teruggezet worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden teruggezet worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden teruggezet zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden teruggezet zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden teruggezet zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden terugzetten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden terugzetten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden terugzetten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden terugzetten bijzin, voorwaardelijk
zoudt teruggezet hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt teruggezet worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt teruggezet zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt terugzetten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt terugzetten bijzin, voorwaardelijk
zullen teruggezet hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen teruggezet hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen teruggezet hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen teruggezet worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen teruggezet worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen teruggezet worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen teruggezet zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen teruggezet zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen teruggezet zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen terugzetten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen terugzetten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen terugzetten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen terugzetten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen terugzetten bijzin, toekomende tijd
zult teruggezet hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult teruggezet worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult teruggezet zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

samenstelling van terug bw en zetten ww

Woordfamilie van terugzetten

Woordvorm Relatie Afgeleid van
teruggezet voltooid deelwoord terugzetten
teruggezette woordvorm terugzetten
terugzet subordinate-clause, tegenwoordige tijd terugzetten
terugzette subordinate-clause, verleden tijd terugzetten
terugzettend onvoltooid deelwoord terugzetten
terugzettende woordvorm terugzetten
zet terug gebiedende wijs terugzetten
zette terug verleden tijd terugzetten
zetten terug aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon terugzetten

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van terugzetten zijn vastgelegd.

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over terugzetten

Wat betekent terugzetten?
Terugzetten is een werkwoord. Het woord betekent: achteruit zetten. Deze pagina beschrijft 3 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je terugzetten?
Je vervoegt terugzetten als volgt: het voltooid deelwoord is teruggezet. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord terugzetten is 23 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. T 2
  2. E 1
  3. R 2
  4. U 4
  5. G 3
  6. Z 4
  7. E 1
  8. T 2
  9. T 2
  10. E 1
  11. N 1
  12. 23 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

terugzetten levert met Wordfeud minimaal 22 en maximaal 96 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. T 2
  2. E 1
  3. R 2
  4. U 2
  5. G 3
  6. Z 5
  7. E 1
  8. T 2
  9. T 2
  10. E 1
  11. N 1
  12. 22 zonder bonus
  13. 96 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (Z) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

terugzetten in het kort

terugzetten staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 3 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van terugzetten zijn 84 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort terugzetten bij een woordfamilie van 9 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

terugzetten: achteruit zetten
Deel terugzetten — standaardnederlands.nl