terugzetten
werkwoordBetekenis
- achteruit zetten
- weer zetten op de plaats vanwaar iets of iemand gekomen is
- een minder belangrijke plaats geven
Vervoeging van terugzetten
terugzettenhele werkwoord — zette terugverleden tijd enkelvoud — zetten terugverleden tijd meervoud — teruggezetvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | zet terug | zette terug |
| jij | zet terug | zette terug |
| hij, zij, het | zet terug | zette terug |
| wij | zetten terug | zetten terug |
| jullie | zetten terug | zetten terug |
| zij | zetten terug | zetten terug |
Alle 143 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben teruggezet | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent teruggezet | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is teruggezet | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was teruggezet | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd teruggezet | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt teruggezet | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal teruggezet worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal teruggezet zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou teruggezet worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou teruggezet zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had teruggezet | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had teruggezet | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had teruggezet | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden teruggezet | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden teruggezet | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden teruggezet | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt teruggezet | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb teruggezet | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben teruggezet | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben teruggezet | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben teruggezet | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben teruggezet | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt teruggezet | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft teruggezet | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft teruggezet | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is teruggezet | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is teruggezet | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben teruggezet | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen terugzetten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| terug te zetten | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| terug te zullen zetten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| terug zal zetten | bijzin, toekomende tijd |
| terug zou zetten | bijzin, voorwaardelijk |
| terug zouden zetten | bijzin, voorwaardelijk |
| terug zoudt zetten | bijzin, voorwaardelijk |
| terug zullen zetten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| terug zullen zetten | bijzin, toekomende tijd |
| terug zult zetten | bijzin, toekomende tijd |
| teruggezet | verleden tijd, deelwoord |
| teruggezet te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| teruggezet te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| teruggezet te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| teruggezet te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| teruggezet te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| teruggezet worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| teruggezet zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| teruggezet zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| teruggezet zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| teruggezet zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| terugzet | bijzin, tegenwoordige tijd |
| terugzette | bijzin, verleden tijd |
| terugzettend | onvoltooid, deelwoord |
| waart teruggezet | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren teruggezet | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren teruggezet | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren teruggezet | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was teruggezet | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was teruggezet | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was teruggezet | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd teruggezet | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd teruggezet | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd teruggezet | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden teruggezet | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden teruggezet | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden teruggezet | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt teruggezet | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word teruggezet | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden teruggezet | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden teruggezet | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden teruggezet | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt teruggezet | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt teruggezet | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal teruggezet hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal teruggezet hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal teruggezet hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal teruggezet worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal teruggezet worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal teruggezet zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal teruggezet zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal terugzetten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal terugzetten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal terugzetten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal terugzetten | bijzin, toekomende tijd |
| zet terug | gebiedende wijs |
| zette terug | verleden tijd |
| zijn teruggezet | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn teruggezet | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn teruggezet | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt teruggezet | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou teruggezet hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou teruggezet hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou teruggezet hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou teruggezet worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou teruggezet worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou teruggezet worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou teruggezet zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou teruggezet zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou teruggezet zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou terugzetten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou terugzetten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou terugzetten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou terugzetten | bijzin, voorwaardelijk |
| zou(dt) terugzetten terug zou(dt) zetten | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden teruggezet hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden teruggezet hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden teruggezet hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden teruggezet worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden teruggezet worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden teruggezet worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden teruggezet zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden teruggezet zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden teruggezet zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden terugzetten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden terugzetten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden terugzetten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden terugzetten | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt teruggezet hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt teruggezet worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt teruggezet zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt terugzetten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt terugzetten | bijzin, voorwaardelijk |
| zullen teruggezet hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen teruggezet hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen teruggezet hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen teruggezet worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen teruggezet worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen teruggezet worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen teruggezet zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen teruggezet zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen teruggezet zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen terugzetten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen terugzetten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen terugzetten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen terugzetten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen terugzetten | bijzin, toekomende tijd |
| zult teruggezet hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult teruggezet worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult teruggezet zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Woordvorm
- meervoud verleden tijd van terugzetten
Vervoeging van terugzetten
terugzettenhele werkwoord — zette terugverleden tijd enkelvoud — zetten terugverleden tijd meervoud — teruggezetvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | zet terug | zette terug |
| jij | zet terug | zette terug |
| hij, zij, het | zet terug | zette terug |
| wij | zetten terug | zetten terug |
| jullie | zetten terug | zetten terug |
| zij | zetten terug | zetten terug |
Alle 143 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben teruggezet | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent teruggezet | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is teruggezet | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was teruggezet | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd teruggezet | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt teruggezet | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal teruggezet worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal teruggezet zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou teruggezet worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou teruggezet zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had teruggezet | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had teruggezet | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had teruggezet | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden teruggezet | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden teruggezet | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden teruggezet | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt teruggezet | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb teruggezet | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben teruggezet | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben teruggezet | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben teruggezet | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben teruggezet | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt teruggezet | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft teruggezet | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft teruggezet | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is teruggezet | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is teruggezet | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben teruggezet | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen terugzetten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| terug te zetten | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| terug te zullen zetten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| terug zal zetten | bijzin, toekomende tijd |
| terug zou zetten | bijzin, voorwaardelijk |
| terug zouden zetten | bijzin, voorwaardelijk |
| terug zoudt zetten | bijzin, voorwaardelijk |
| terug zullen zetten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| terug zullen zetten | bijzin, toekomende tijd |
| terug zult zetten | bijzin, toekomende tijd |
| teruggezet | verleden tijd, deelwoord |
| teruggezet te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| teruggezet te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| teruggezet te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| teruggezet te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| teruggezet te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| teruggezet worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| teruggezet zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| teruggezet zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| teruggezet zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| teruggezet zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| terugzet | bijzin, tegenwoordige tijd |
| terugzette | bijzin, verleden tijd |
| terugzettend | onvoltooid, deelwoord |
| waart teruggezet | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren teruggezet | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren teruggezet | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren teruggezet | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was teruggezet | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was teruggezet | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was teruggezet | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd teruggezet | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd teruggezet | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd teruggezet | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden teruggezet | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden teruggezet | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden teruggezet | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt teruggezet | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word teruggezet | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden teruggezet | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden teruggezet | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden teruggezet | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt teruggezet | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt teruggezet | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal teruggezet hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal teruggezet hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal teruggezet hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal teruggezet worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal teruggezet worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal teruggezet zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal teruggezet zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal terugzetten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal terugzetten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal terugzetten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal terugzetten | bijzin, toekomende tijd |
| zet terug | gebiedende wijs |
| zette terug | verleden tijd |
| zijn teruggezet | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn teruggezet | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn teruggezet | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt teruggezet | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou teruggezet hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou teruggezet hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou teruggezet hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou teruggezet worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou teruggezet worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou teruggezet worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou teruggezet zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou teruggezet zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou teruggezet zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou terugzetten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou terugzetten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou terugzetten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou terugzetten | bijzin, voorwaardelijk |
| zou(dt) terugzetten terug zou(dt) zetten | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden teruggezet hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden teruggezet hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden teruggezet hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden teruggezet worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden teruggezet worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden teruggezet worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden teruggezet zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden teruggezet zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden teruggezet zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden terugzetten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden terugzetten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden terugzetten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden terugzetten | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt teruggezet hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt teruggezet worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt teruggezet zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt terugzetten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt terugzetten | bijzin, voorwaardelijk |
| zullen teruggezet hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen teruggezet hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen teruggezet hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen teruggezet worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen teruggezet worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen teruggezet worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen teruggezet zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen teruggezet zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen teruggezet zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen terugzetten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen terugzetten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen terugzetten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen terugzetten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen terugzetten | bijzin, toekomende tijd |
| zult teruggezet hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult teruggezet worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult teruggezet zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
samenstelling van terug bw en zetten ww
Woordfamilie van terugzetten
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| teruggezet | voltooid deelwoord | terugzetten |
| teruggezette | woordvorm | terugzetten |
| terugzet | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | terugzetten |
| terugzette | subordinate-clause, verleden tijd | terugzetten |
| terugzettend | onvoltooid deelwoord | terugzetten |
| terugzettende | woordvorm | terugzetten |
| zet terug | gebiedende wijs | terugzetten |
| zette terug | verleden tijd | terugzetten |
| zetten terug | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | terugzetten |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van terugzetten zijn vastgelegd.