vergieten
werkwoord, zelfstandig naamwoordBetekenis
- een vloeistof verloren doen gaan door deze weg te laten lopen.
Vervoeging van vergieten
vergietenhele werkwoord — vergootverleden tijd enkelvoud — vergotenverleden tijd meervoud — vergotenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | vergiet | vergoot |
| jij | vergiet | vergoot |
| hij, zij, het | vergiet | vergoot |
| wij | vergieten | vergoten |
| jullie | vergieten | vergoten |
| zij | vergieten | vergoten |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben vergoten | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent vergoten | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is vergoten | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was vergoten | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd vergoten | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt vergoten | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal vergoten worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal vergoten zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou vergoten worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou vergoten zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had vergoten | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had vergoten | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had vergoten | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden vergoten | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden vergoten | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden vergoten | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt vergoten | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb vergoten | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben vergoten | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben vergoten | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben vergoten | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben vergoten | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt vergoten | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft vergoten | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft vergoten | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is vergoten | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is vergoten | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben vergoten | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te vergieten | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen vergieten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| vergiet | gebiedende wijs |
| vergiete | aanvoegende wijs |
| vergietend | onvoltooid, deelwoord |
| vergoot | verleden tijd |
| vergoten | verleden tijd, deelwoord |
| vergoten te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| vergoten te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| vergoten te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| vergoten te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| vergoten te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| vergoten worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| vergoten zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| vergoten zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| vergoten zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| vergoten zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| waart vergoten | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren vergoten | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren vergoten | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren vergoten | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was vergoten | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was vergoten | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was vergoten | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd vergoten | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd vergoten | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd vergoten | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden vergoten | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden vergoten | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden vergoten | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt vergoten | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word vergoten | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden vergoten | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden vergoten | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden vergoten | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt vergoten | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt vergoten | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal vergieten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal vergieten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal vergieten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal vergoten hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal vergoten hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal vergoten hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal vergoten worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal vergoten worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal vergoten zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal vergoten zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zijn vergoten | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn vergoten | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn vergoten | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt vergoten | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou vergieten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou vergieten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou vergieten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou vergoten hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou vergoten hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou vergoten hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou vergoten worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou vergoten worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou vergoten worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou vergoten zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou vergoten zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou vergoten zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden vergieten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden vergieten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden vergieten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden vergoten hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden vergoten hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden vergoten hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden vergoten worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden vergoten worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden vergoten worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden vergoten zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden vergoten zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden vergoten zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt vergieten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt vergoten hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt vergoten worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt vergoten zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen vergieten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen vergieten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen vergieten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen vergieten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen vergoten hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen vergoten hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen vergoten hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen vergoten worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen vergoten worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen vergoten worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen vergoten zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen vergoten zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen vergoten zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult vergieten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult vergoten hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult vergoten worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult vergoten zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord vergiet
Herkomst
afgeleid van gieten met het voorvoegsel ver-
Woordfamilie van vergieten
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| vergiete | aanvoegende wijs | vergieten |
| vergietend | onvoltooid deelwoord | vergieten |
| vergietende | woordvorm | vergieten |
| vergoot | verleden tijd | vergieten |
| vergoten | voltooid deelwoord | vergieten |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van vergieten zijn vastgelegd.