Naar de inhoud

vergieten

een vloeistof verloren doen gaan door deze weg te laten lopen.

vergieten is meer dan één woord

vergieten

werkwoord, zelfstandig naamwoord

Betekenis

  1. een vloeistof verloren doen gaan door deze weg te laten lopen.

Vervoeging van vergieten

vergietenhele werkwoord — vergootverleden tijd enkelvoud — vergotenverleden tijd meervoud — vergotenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik vergiet vergoot
jij vergiet vergoot
hij, zij, het vergiet vergoot
wij vergieten vergoten
jullie vergieten vergoten
zij vergieten vergoten
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben vergoten voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent vergoten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is vergoten impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was vergoten impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd vergoten impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt vergoten impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal vergoten worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal vergoten zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou vergoten worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou vergoten zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had vergoten voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had vergoten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had vergoten voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden vergoten voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden vergoten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden vergoten voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt vergoten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb vergoten voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben vergoten actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben vergoten voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben vergoten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben vergoten voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt vergoten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft vergoten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft vergoten voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is vergoten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is vergoten voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben vergoten actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te vergieten actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen vergieten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
vergiet gebiedende wijs
vergiete aanvoegende wijs
vergietend onvoltooid, deelwoord
vergoot verleden tijd
vergoten verleden tijd, deelwoord
vergoten te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
vergoten te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
vergoten te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
vergoten te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
vergoten te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
vergoten worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
vergoten zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
vergoten zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
vergoten zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
vergoten zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
waart vergoten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren vergoten voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren vergoten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren vergoten voltooid, verleden tijd, derde persoon
was vergoten voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was vergoten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was vergoten voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd vergoten enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd vergoten enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd vergoten enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden vergoten enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden vergoten enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden vergoten enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt vergoten enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word vergoten enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden vergoten enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden vergoten enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden vergoten enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt vergoten enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt vergoten enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal vergieten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal vergieten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal vergieten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal vergoten hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal vergoten hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal vergoten hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal vergoten worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal vergoten worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal vergoten zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal vergoten zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn vergoten voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn vergoten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn vergoten voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt vergoten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou vergieten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou vergieten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou vergieten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou vergoten hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou vergoten hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou vergoten hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou vergoten worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou vergoten worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou vergoten worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou vergoten zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou vergoten zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou vergoten zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden vergieten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden vergieten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden vergieten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden vergoten hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden vergoten hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden vergoten hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden vergoten worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden vergoten worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden vergoten worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden vergoten zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden vergoten zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden vergoten zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt vergieten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt vergoten hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt vergoten worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt vergoten zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen vergieten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen vergieten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen vergieten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen vergieten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen vergoten hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen vergoten hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen vergoten hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen vergoten worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen vergoten worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen vergoten worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen vergoten zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen vergoten zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen vergoten zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult vergieten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult vergoten hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult vergoten worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult vergoten zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord vergiet

Herkomst

afgeleid van gieten met het voorvoegsel ver-

Woordfamilie van vergieten

Woordvorm Relatie Afgeleid van
vergiete aanvoegende wijs vergieten
vergietend onvoltooid deelwoord vergieten
vergietende woordvorm vergieten
vergoot verleden tijd vergieten
vergoten voltooid deelwoord vergieten

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van vergieten zijn vastgelegd.

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over vergieten

Wat betekent vergieten?
Vergieten is een werkwoord. Het woord betekent: een vloeistof verloren doen gaan door deze weg te laten lopen.
Hoe vervoeg je vergieten?
Je vervoegt vergieten als volgt: de tegenwoordige tijd is vergiet, de verleden tijd is vergoot en het voltooid deelwoord is vergoten. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord vergieten is 16 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. V 4
  2. E 1
  3. R 2
  4. G 3
  5. I 1
  6. E 1
  7. T 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 16 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

vergieten levert met Wordfeud minimaal 17 en maximaal 75 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. V 4
  2. E 1
  3. R 2
  4. G 3
  5. I 2
  6. E 1
  7. T 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 17 zonder bonus
  11. 75 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (V) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

vergieten in het kort

vergieten is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Welke van de twee het is, hangt af van de zin. Van vergieten zijn 73 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort vergieten bij een woordfamilie van 5 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

vergieten: een vloeistof verloren doen gaan door deze weg te laten lopen.
Deel vergieten — standaardnederlands.nl