Naar de inhoud

plengen

vergieten

plengen

werkwoord

Betekenis

  1. vergieten
  2. een traan ~: huilen

Vervoeging van plengen

plengenhele werkwoord — plengdeverleden tijd enkelvoud — plengdenverleden tijd meervoud — geplengdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik pleng plengde
jij plengt plengde
hij, zij, het plengt plengde
wij plengen plengden
jullie plengen plengden
zij plengen plengden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben geplengd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent geplengd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is geplengd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was geplengd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd geplengd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt geplengd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal geplengd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal geplengd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou geplengd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou geplengd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
geplengd verleden tijd, deelwoord
geplengd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
geplengd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
geplengd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geplengd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
geplengd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geplengd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
geplengd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
geplengd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
geplengd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
geplengd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had geplengd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had geplengd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had geplengd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden geplengd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden geplengd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden geplengd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt geplengd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb geplengd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geplengd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben geplengd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geplengd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben geplengd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt geplengd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geplengd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geplengd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is geplengd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is geplengd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
pleng gebiedende wijs
plengde verleden tijd
plenge aanvoegende wijs
plengend onvoltooid, deelwoord
te hebben geplengd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te plengen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen plengen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart geplengd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren geplengd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren geplengd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren geplengd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was geplengd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was geplengd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was geplengd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd geplengd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd geplengd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd geplengd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden geplengd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden geplengd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden geplengd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt geplengd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word geplengd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden geplengd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden geplengd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden geplengd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt geplengd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt geplengd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal geplengd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geplengd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal geplengd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal geplengd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geplengd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal geplengd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geplengd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal plengen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal plengen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal plengen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn geplengd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn geplengd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn geplengd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt geplengd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou geplengd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geplengd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geplengd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou geplengd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geplengd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou geplengd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geplengd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geplengd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geplengd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou plengen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou plengen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou plengen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden geplengd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geplengd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geplengd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden geplengd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden geplengd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden geplengd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden geplengd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geplengd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geplengd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden plengen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden plengen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden plengen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt geplengd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt geplengd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt geplengd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt plengen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen geplengd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geplengd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geplengd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen geplengd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen geplengd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen geplengd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen geplengd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geplengd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geplengd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen plengen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen plengen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen plengen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen plengen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult geplengd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult geplengd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult geplengd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult plengen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

In de betekenis van ‘uitgieten’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1655

Woordfamilie van plengen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
geplengd voltooid deelwoord plengen
geplengde woordvorm plengen
pleng gebiedende wijs plengen
plengde verleden tijd plengen
plengden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon plengen
plenge aanvoegende wijs plengen
plengend onvoltooid deelwoord plengen
plengende woordvorm plengen
plengt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon plengen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van plengen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over plengen

Wat betekent plengen?
Plengen is een werkwoord. Het woord betekent: vergieten. Deze pagina beschrijft 2 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je plengen?
Je vervoegt plengen als volgt: de tegenwoordige tijd is pleng, de verleden tijd is plengde en het voltooid deelwoord is geplengd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord plengen is 13 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. P 3
  2. L 3
  3. E 1
  4. N 1
  5. G 3
  6. E 1
  7. N 1
  8. 13 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

plengen levert met Wordfeud minimaal 14 en maximaal 106 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. P 4
  2. L 3
  3. E 1
  4. N 1
  5. G 3
  6. E 1
  7. N 1
  8. 14 zonder bonus
  9. 106 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (P) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus, plus 40 punten omdat alle zeven stenen van het rek gebruikt worden.

plengen telt 7 letters, waarvan 5 verschillende, want 2 letters komen er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 21.717 woorden van 7 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

plengen in het kort

plengen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 2 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van plengen zijn 75 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort plengen bij een woordfamilie van 9 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

plengen: vergieten
Deel plengen — standaardnederlands.nl