plengen
werkwoordBetekenis
- vergieten
- een traan ~: huilen
Vervoeging van plengen
plengenhele werkwoord — plengdeverleden tijd enkelvoud — plengdenverleden tijd meervoud — geplengdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | pleng | plengde |
| jij | plengt | plengde |
| hij, zij, het | plengt | plengde |
| wij | plengen | plengden |
| jullie | plengen | plengden |
| zij | plengen | plengden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben geplengd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent geplengd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is geplengd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was geplengd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd geplengd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt geplengd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal geplengd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal geplengd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou geplengd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou geplengd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| geplengd | verleden tijd, deelwoord |
| geplengd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| geplengd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| geplengd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geplengd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geplengd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geplengd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| geplengd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| geplengd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| geplengd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| geplengd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had geplengd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had geplengd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had geplengd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden geplengd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden geplengd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden geplengd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt geplengd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb geplengd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geplengd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben geplengd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geplengd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben geplengd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt geplengd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geplengd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geplengd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is geplengd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is geplengd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| pleng | gebiedende wijs |
| plengde | verleden tijd |
| plenge | aanvoegende wijs |
| plengend | onvoltooid, deelwoord |
| te hebben geplengd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te plengen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen plengen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart geplengd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren geplengd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren geplengd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren geplengd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was geplengd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was geplengd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was geplengd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd geplengd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd geplengd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd geplengd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden geplengd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden geplengd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden geplengd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt geplengd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word geplengd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden geplengd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden geplengd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden geplengd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt geplengd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt geplengd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal geplengd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geplengd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal geplengd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal geplengd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geplengd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal geplengd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geplengd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal plengen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal plengen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal plengen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn geplengd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn geplengd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn geplengd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt geplengd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou geplengd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geplengd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geplengd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou geplengd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geplengd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou geplengd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geplengd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geplengd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geplengd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou plengen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou plengen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou plengen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden geplengd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geplengd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geplengd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden geplengd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden geplengd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden geplengd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden geplengd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geplengd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geplengd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden plengen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden plengen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden plengen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt geplengd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt geplengd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt geplengd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt plengen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen geplengd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geplengd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geplengd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen geplengd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen geplengd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen geplengd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen geplengd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geplengd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geplengd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen plengen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen plengen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen plengen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen plengen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult geplengd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult geplengd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult geplengd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult plengen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
In de betekenis van ‘uitgieten’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1655
Woordfamilie van plengen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| geplengd | voltooid deelwoord | plengen |
| geplengde | woordvorm | plengen |
| pleng | gebiedende wijs | plengen |
| plengde | verleden tijd | plengen |
| plengden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | plengen |
| plenge | aanvoegende wijs | plengen |
| plengend | onvoltooid deelwoord | plengen |
| plengende | woordvorm | plengen |
| plengt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | plengen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van plengen zijn vastgelegd.