Naar de inhoud

urineren

het via de blaas lozen van lichamelijke afvalstoffen in de vorm van vloeistof

urineren

werkwoord /ˌyriˈnɪːrə(n)/

Betekenis

  1. het via de blaas lozen van lichamelijke afvalstoffen in de vorm van vloeistof

Hoe spreek je urineren uit?

/ˌyriˈnɪrən/

Urineren bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de derde.

De tekens in /ˌyriˈnɪrən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
y fuut
r rood
i riet
n nek
ɪ pit
ə de
ˌ een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van urineren

urinerenhele werkwoord — urineerdeverleden tijd enkelvoud — urineerdenverleden tijd meervoud — geürineerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik urineer urineerde
jij urineert urineerde
hij, zij, het urineert urineerde
wij urineren urineerden
jullie urineren urineerden
zij urineren urineerden
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ev. gebiedende wijs
geürineerd verleden tijd, deelwoord
geürineerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geürineerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had geürineerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had geürineerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had geürineerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden geürineerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden geürineerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden geürineerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt geürineerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb geürineerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geürineerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben geürineerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geürineerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben geürineerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt geürineerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geürineerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geürineerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben geürineerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te urineren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen urineren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
urineer gebiedende wijs
urineerde verleden tijd
urinere aanvoegende wijs
urinerend onvoltooid, deelwoord
zal geürineerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geürineerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal geürineerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal urineren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal urineren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal urineren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou geürineerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geürineerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geürineerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou urineren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou urineren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou urineren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden geürineerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geürineerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geürineerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden urineren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden urineren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden urineren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt geürineerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt urineren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen geürineerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geürineerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geürineerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen urineren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen urineren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen urineren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen urineren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult geürineerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult urineren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

Leenwoord uit het Frans of Latijn, in de betekenis van ‘wateren’ voor het eerst aangetroffen in 1595

Woordfamilie van urineren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
geürineerd voltooid deelwoord urineren
urineer gebiedende wijs urineren
urineerde verleden tijd urineren
urineerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon urineren
urineert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon urineren
urinere aanvoegende wijs urineren
urinerend onvoltooid deelwoord urineren
urinerende woordvorm urineren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van urineren zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over urineren

Hoe spreek je urineren uit?
De uitspraak van urineren is: /ˌyriˈnɪːrə(n)/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd.
Wat betekent urineren?
Urineren is een werkwoord. Het woord betekent: het via de blaas lozen van lichamelijke afvalstoffen in de vorm van vloeistof.
Hoe vervoeg je urineren?
Je vervoegt urineren als volgt: de tegenwoordige tijd is urineer, de verleden tijd is urineerde en het voltooid deelwoord is geürineerd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op urineren?

Er staan 9 woorden in dit woordenboek die op urineren rijmen, waaronder zweren, samenzweren en annexeren. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Rijmwoorden op urineren, uitspraak ˌyriˈnɪrən, de gangbaarste eerst.
Rijmwoord Lettergrepen
zweren 2
samenzweren 4
annexeren 4
kopiëren 4
domineren 4
intimideren 5
kirren 2
speren 2
wikificeren 5

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord urineren is 13 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. U 4
  2. R 2
  3. I 1
  4. N 1
  5. E 1
  6. R 2
  7. E 1
  8. N 1
  9. 13 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

urineren levert met Wordfeud minimaal 12 en maximaal 48 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. U 2
  2. R 2
  3. I 2
  4. N 1
  5. E 1
  6. R 2
  7. E 1
  8. N 1
  9. 12 zonder bonus
  10. 48 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (U) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

urineren in het kort

urineren staat in dit woordenboek als werkwoord. Van urineren zijn 32 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort urineren bij een woordfamilie van 8 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

urineren: het via de blaas lozen van lichamelijke afvalstoffen in de vorm van vloeistof
Deel urineren — standaardnederlands.nl