kirren
werkwoord ˈkɪrə(n)Betekenis
- het geluid maken van duiven
Hoe spreek je kirren uit?
/ˈkɪrən/
Kirren bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| k | kat |
| ɪ | pit |
| r | rood |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
werkwoord
- het geluid van duiven maken unergative
- met hoog stemgeluid vrolijk opgewonden praten figuratively, transitive
Vervoeging van kirren
kirrenhele werkwoord — kirdeverleden tijd enkelvoud — kirdenverleden tijd meervoud — gekirdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | kir | kirde |
| jij | kirt | kirde |
| hij, zij, het | kirt | kirde |
| wij | kirren | kirden |
| jullie | kirren | kirden |
| zij | kirren | kirden |
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| er is gekird | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gekird | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gekird | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gekird | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gekird worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gekird zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gekird worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gekird zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gekird | verleden tijd, deelwoord |
| gekird te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gekird zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gekird | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gekird | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gekird | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gekird | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gekird | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gekird | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gekird | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gekird | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gekird | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gekird | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gekird | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gekird | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gekird | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gekird | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gekird | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| kir | gebiedende wijs |
| kirde | verleden tijd |
| kirre | aanvoegende wijs |
| kirrend | onvoltooid, deelwoord |
| te hebben gekird | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te kirren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen kirren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal gekird hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gekird hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gekird hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal kirren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal kirren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal kirren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zou gekird hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gekird hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gekird hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou kirren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou kirren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou kirren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gekird hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gekird hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gekird hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden kirren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden kirren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden kirren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gekird hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt kirren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gekird hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gekird hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gekird hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen kirren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen kirren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen kirren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen kirren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult gekird hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult kirren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
klanknabootsing, in de betekenis van ‘rollend keelgeluid maken’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1599
Woordfamilie van kirren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gekird | voltooid deelwoord | kirren |
| gekirde | woordvorm | kirren |
| kirde | verleden tijd | kirren |
| kirden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | kirren |
| kirre | aanvoegende wijs | kirren |
| kirt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | kirren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van kirren zijn vastgelegd.