Naar de inhoud

intimideren

iemands gedrag beïnvloeden door hem angst aan te jagen

intimideren

werkwoord /ɪntimi'dɪːrə(n)/

Betekenis

  1. iemands gedrag beïnvloeden door hem angst aan te jagen

Hoe spreek je intimideren uit?

/ɪntimiˈdɪrən/

Intimideren bestaat uit vijf lettergrepen. De klemtoon ligt op de vierde.

De tekens in /ɪntimiˈdɪrən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
ɪ pit
n nek
t tak
i riet
m maan
d dak
r rood
ə de
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van intimideren

intimiderenhele werkwoord — intimideerdeverleden tijd enkelvoud — intimideerdenverleden tijd meervoud — geïntimideerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik intimideer intimideerde
jij intimideert intimideerde
hij, zij, het intimideert intimideerde
wij intimideren intimideerden
jullie intimideren intimideerden
zij intimideren intimideerden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben geïntimideerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent geïntimideerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is geïntimideerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was geïntimideerd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd geïntimideerd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt geïntimideerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal geïntimideerd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal geïntimideerd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou geïntimideerd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou geïntimideerd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
geïntimideerd verleden tijd, deelwoord
geïntimideerd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
geïntimideerd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
geïntimideerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geïntimideerd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
geïntimideerd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geïntimideerd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
geïntimideerd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
geïntimideerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
geïntimideerd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
geïntimideerd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had geïntimideerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had geïntimideerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had geïntimideerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden geïntimideerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden geïntimideerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden geïntimideerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt geïntimideerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb geïntimideerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geïntimideerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben geïntimideerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geïntimideerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben geïntimideerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt geïntimideerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geïntimideerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geïntimideerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
intimideer gebiedende wijs
intimideerde verleden tijd
intimidere aanvoegende wijs
intimiderend onvoltooid, deelwoord
is geïntimideerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is geïntimideerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben geïntimideerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te intimideren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen intimideren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart geïntimideerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren geïntimideerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren geïntimideerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren geïntimideerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was geïntimideerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was geïntimideerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was geïntimideerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd geïntimideerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd geïntimideerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd geïntimideerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden geïntimideerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden geïntimideerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden geïntimideerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt geïntimideerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word geïntimideerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden geïntimideerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden geïntimideerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden geïntimideerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt geïntimideerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt geïntimideerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal geïntimideerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geïntimideerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal geïntimideerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal geïntimideerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geïntimideerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal geïntimideerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geïntimideerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal intimideren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal intimideren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal intimideren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn geïntimideerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn geïntimideerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn geïntimideerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt geïntimideerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou geïntimideerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geïntimideerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geïntimideerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou geïntimideerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geïntimideerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou geïntimideerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geïntimideerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geïntimideerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geïntimideerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou intimideren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou intimideren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou intimideren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden geïntimideerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geïntimideerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geïntimideerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden geïntimideerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden geïntimideerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden geïntimideerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden geïntimideerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geïntimideerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geïntimideerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden intimideren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden intimideren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden intimideren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt geïntimideerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt geïntimideerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt geïntimideerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt intimideren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen geïntimideerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geïntimideerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geïntimideerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen geïntimideerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen geïntimideerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen geïntimideerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen geïntimideerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geïntimideerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geïntimideerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen intimideren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen intimideren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen intimideren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen intimideren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult geïntimideerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult geïntimideerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult geïntimideerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult intimideren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘schrik aanjagen’ voor het eerst aangetroffen in 1678

Woordfamilie van intimideren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
geïntimideerd voltooid deelwoord intimideren
geïntimideerde woordvorm intimideren
intimideer gebiedende wijs intimideren
intimideerde verleden tijd intimideren
intimideerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon intimideren
intimideert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon intimideren
intimidere aanvoegende wijs intimideren
intimiderend onvoltooid deelwoord intimideren
intimiderende woordvorm intimideren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van intimideren zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over intimideren

Hoe spreek ik intimideren uit?
Zo spreek je intimideren uit: /ɪntimi'dɪːrə(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft.
Wat is de betekenis van intimideren?
Intimideren is een werkwoord. De betekenis is: iemands gedrag beïnvloeden door hem angst aan te jagen.
Hoe vervoeg ik intimideren?
Zo vervoeg je intimideren zo: de tegenwoordige tijd is intimideer, de verleden tijd is intimideerde en het voltooid deelwoord is geïntimideerd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op intimideren?

Er staan 9 woorden in dit woordenboek die op intimideren rijmen, waaronder zweren, samenzweren en annexeren. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Rijmwoorden op intimideren, uitspraak ɪntimiˈdɪrən, de gangbaarste eerst.
Rijmwoord Lettergrepen
zweren 2
samenzweren 4
annexeren 4
urineren 4
kopiëren 4
domineren 4
kirren 2
speren 2
wikificeren 5

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord intimideren is 16 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. I 1
  2. N 1
  3. T 2
  4. I 1
  5. M 3
  6. I 1
  7. D 2
  8. E 1
  9. R 2
  10. E 1
  11. N 1
  12. 16 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

intimideren levert met Wordfeud minimaal 19 en maximaal 75 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. I 2
  2. N 1
  3. T 2
  4. I 2
  5. M 3
  6. I 2
  7. D 2
  8. E 1
  9. R 2
  10. E 1
  11. N 1
  12. 19 zonder bonus
  13. 75 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (M) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

intimideren in het kort

intimideren staat in dit woordenboek als werkwoord. Van intimideren staan er 75 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort intimideren bij een woordfamilie van 9 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

intimideren: iemands gedrag beïnvloeden door hem angst aan te jagen
Deel intimideren — standaardnederlands.nl