Naar de inhoud

uitstippelen

vooraf uitzoeken hoe het zal worden

uitstippelen

werkwoord ˈœytstɪpələ(n)

Betekenis

  1. vooraf uitzoeken hoe het zal worden

Hoe spreek je uitstippelen uit?

/ˈœytstɪpələn/

Uitstippelen bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈœytstɪpələn/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
œy huis
t tak
s sok
ɪ pit
p pak
ə de
l land
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van uitstippelen

uitstippelenhele werkwoord — stippelde uitverleden tijd enkelvoud — stippelden uitverleden tijd meervoud — uitgestippeldvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik stippel uit stippelde uit
jij stippelt uit stippelde uit
hij, zij, het stippelt uit stippelde uit
wij stippelen uit stippelden uit
jullie stippelen uit stippelden uit
zij stippelen uit stippelden uit
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben uitgestippeld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent uitgestippeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is uitgestippeld impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was uitgestippeld impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd uitgestippeld impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt uitgestippeld impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal uitgestippeld worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal uitgestippeld zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou uitgestippeld worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou uitgestippeld zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had uitgestippeld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had uitgestippeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had uitgestippeld voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden uitgestippeld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden uitgestippeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden uitgestippeld voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt uitgestippeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb uitgestippeld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben uitgestippeld actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben uitgestippeld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben uitgestippeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben uitgestippeld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt uitgestippeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft uitgestippeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft uitgestippeld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is uitgestippeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is uitgestippeld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
stippel uit gebiedende wijs
stippelde uit verleden tijd
te hebben uitgestippeld actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen uitstippelen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
uit te stippelen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
uit te zullen stippelen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
uit zal stippelen bijzin, toekomende tijd
uit zou stippelen bijzin, voorwaardelijk
uit zouden stippelen bijzin, voorwaardelijk
uit zoudt stippelen bijzin, voorwaardelijk
uit zullen stippelen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
uit zullen stippelen bijzin, toekomende tijd
uit zult stippelen bijzin, toekomende tijd
uitgestippeld verleden tijd, deelwoord
uitgestippeld te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
uitgestippeld te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
uitgestippeld te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
uitgestippeld te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
uitgestippeld te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
uitgestippeld worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
uitgestippeld zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
uitgestippeld zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
uitgestippeld zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
uitgestippeld zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
uitstippel bijzin, tegenwoordige tijd
uitstippelde bijzin, verleden tijd
uitstippelden bijzin, verleden tijd
uitstippelend onvoltooid, deelwoord
uitstippelt bijzin, tegenwoordige tijd
waart uitgestippeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren uitgestippeld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren uitgestippeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren uitgestippeld voltooid, verleden tijd, derde persoon
was uitgestippeld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was uitgestippeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was uitgestippeld voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd uitgestippeld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd uitgestippeld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd uitgestippeld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden uitgestippeld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden uitgestippeld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden uitgestippeld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt uitgestippeld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word uitgestippeld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden uitgestippeld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden uitgestippeld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden uitgestippeld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt uitgestippeld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt uitgestippeld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal uitgestippeld hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal uitgestippeld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal uitgestippeld hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal uitgestippeld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal uitgestippeld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal uitgestippeld zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal uitgestippeld zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal uitstippelen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal uitstippelen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal uitstippelen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal uitstippelen bijzin, toekomende tijd
zijn uitgestippeld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn uitgestippeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn uitgestippeld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt uitgestippeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou uitgestippeld hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou uitgestippeld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou uitgestippeld hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou uitgestippeld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou uitgestippeld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou uitgestippeld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou uitgestippeld zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou uitgestippeld zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou uitgestippeld zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou uitstippelen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou uitstippelen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou uitstippelen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou uitstippelen bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) uitstippelen uit zou(dt) stippelen bijzin, voorwaardelijk
zouden uitgestippeld hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden uitgestippeld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden uitgestippeld hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden uitgestippeld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden uitgestippeld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden uitgestippeld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden uitgestippeld zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden uitgestippeld zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden uitgestippeld zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden uitstippelen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden uitstippelen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden uitstippelen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden uitstippelen bijzin, voorwaardelijk
zoudt uitgestippeld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt uitgestippeld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt uitgestippeld zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt uitstippelen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt uitstippelen bijzin, voorwaardelijk
zullen uitgestippeld hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen uitgestippeld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen uitgestippeld hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen uitgestippeld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen uitgestippeld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen uitgestippeld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen uitgestippeld zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen uitgestippeld zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen uitgestippeld zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen uitstippelen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen uitstippelen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen uitstippelen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen uitstippelen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen uitstippelen bijzin, toekomende tijd
zult uitgestippeld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

samenstelling van uit bw en stippelen ww

Woordfamilie van uitstippelen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
stippel uit gebiedende wijs uitstippelen
stippelde uit verleden tijd uitstippelen
stippelden uit aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon uitstippelen
stippele uit woordvorm uitstippelen
stippelen uit aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon uitstippelen
stippelt uit aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon uitstippelen
uitgestippeld voltooid deelwoord uitstippelen
uitgestippelde woordvorm uitstippelen
uitstippel subordinate-clause, tegenwoordige tijd uitstippelen
uitstippelde subordinate-clause, verleden tijd uitstippelen
uitstippelden subordinate-clause, verleden tijd uitstippelen
uitstippele with-subordinate-clause uitstippelen
uitstippelend onvoltooid deelwoord uitstippelen
uitstippelende woordvorm uitstippelen
uitstippelt subordinate-clause, tegenwoordige tijd uitstippelen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van uitstippelen zijn vastgelegd.

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over uitstippelen

Hoe spreek ik uitstippelen uit?
Zo spreek je uitstippelen uit: /ˈœytstɪpələ(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft. Het streepje ˈ markeert de klemtoon: die ligt op de eerste lettergreep.
Wat is de betekenis van uitstippelen?
Uitstippelen is een werkwoord. De betekenis is: vooraf uitzoeken hoe het zal worden.
Hoe vervoeg ik uitstippelen?
Zo vervoeg je uitstippelen zo: het voltooid deelwoord is uitgestippeld. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord uitstippelen is 24 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. U 4
  2. I 1
  3. T 2
  4. S 2
  5. T 2
  6. I 1
  7. P 3
  8. P 3
  9. E 1
  10. L 3
  11. E 1
  12. N 1
  13. 24 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

uitstippelen levert met Wordfeud minimaal 26 en maximaal 102 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. U 2
  2. I 2
  3. T 2
  4. S 2
  5. T 2
  6. I 2
  7. P 4
  8. P 4
  9. E 1
  10. L 3
  11. E 1
  12. N 1
  13. 26 zonder bonus
  14. 102 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (P) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

uitstippelen in het kort

uitstippelen staat in dit woordenboek als werkwoord. Van uitstippelen staan er 88 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort uitstippelen bij een woordfamilie van 15 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

uitstippelen: vooraf uitzoeken hoe het zal worden
Deel uitstippelen — standaardnederlands.nl