theater
zelfstandig naamwoord teˈjatərBetekenis
- een uitgaansgelegenheid waar theatervoorstellingen gegeven worden
- overdreven en onechte emotionele uitingen
Hoe spreek je theater uit?
/teˈjatər/
Theater bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| t | tak |
| e | veel |
| j | ja |
| a | maan |
| ə | de |
| r | rood |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| theaters | meervoud |
| theatertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| theatertjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘schouwburg’ voor het eerst aangetroffen in 1566
Woordfamilie van theater
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| theaters | meervoud | theater |
| theatertje | verkleinwoord | theater |
| theatertjes | verkleinwoord meervoud | theater |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van theater zijn vastgelegd.