water
zelfstandig naamwoord, werkwoord /ˈʋaːtər/Betekenis
- een geurloze, kleurloze en smaakloze vloeistof waarvan de moleculen bestaan uit één atoom zuurstof en twee atomen waterstof (H2O)
- regenwater; veel voorkomende neerslag
- (enkel in het meervoud) stuk zee dat aan (g)een bepaald land toebehoort
- natuurlijke bedding waarin zich water bevindt
- vloeistof in het lichaam
- doorzichtigheid of helderheid van een diamant
- golvende weerschijn van geweven stoffen
- obligatie zonder onderpand; leeg aandeel
- wateren, plassen, urineren; het via de blaas lozen van lichamelijke afvalstoffen in de vorm van vloeistof
- (VK) rivier, binnenmeer, plas
- een (transparante) vloeistof
- amniotische blaas, omgeven door een beschermende membraan of vlies
- besproeien, besprenkelen.
- geven.
- wateren, urineren.
- tranen
- (figuurlijk) in verdrukking
- (figuurlijk) in verdrukking zijn
- (figuurlijk) in verdrukking komen
- (figuurlijk) in nauwe schoentjes brengen / in verdrukking brengen
- bliksem; lichtgevende stralen die uit de hemel barsten bij onweer ten gevolge van een elektrische ontlading
Hoe spreek je water uit?
/ˈwatər/
Water bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| w | quiz |
| a | maan |
| t | tak |
| ə | de |
| r | rood |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — neuter
- vloeistof die zelf helder is, zonder geur of smaak, maar waar veel andere stoffen gemakkelijk in opgaan
- stuk zee dat aan (g)een bepaald land toebehoort
- vloeistof in het lichaam (m.n. urine)
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| wateren | enkelvoud |
| waters | enkelvoud |
| watertje | verkleinwoord |
| watertjes | verkleinwoord, enkelvoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van wateren
- gebiedende wijs van wateren
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van wateren
Vervoeging van water
waterhele werkwoord
Herkomst
In de betekenis van ‘vloeistof’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 901
Woordfamilie van water
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| waters | enkelvoud | water |
| watertje | verkleinwoord | water |
| watertjes | verkleinwoord | water |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van water zijn vastgelegd.