schouwburg
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een gebouw voor het vertonen en bijwonen van voorstellingen, optredens en performances
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| schouwburgen | meervoud |
| schouwburgje | verkleinwoord, enkelvoud |
| schouwburgjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
In de betekenis van ‘theater’ voor het eerst aangetroffen in 1637
Woordfamilie van schouwburg
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| schouwburgen | meervoud | schouwburg |
| schouwburgje | verkleinwoord | schouwburg |
| schouwburgjes | verkleinwoord meervoud | schouwburg |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van schouwburg zijn vastgelegd.