Naar de inhoud

stoven

over een vrij laag vuur iets afgesloten in enig vocht gaar laten worden

stoven is meer dan één woord

stoven

werkwoord, zelfstandig naamwoord

Betekenis

  1. over een vrij laag vuur iets afgesloten in enig vocht gaar laten worden

Vervoeging van stoven

stovenhele werkwoord — stoofdeverleden tijd enkelvoud — stoofdenverleden tijd meervoud — gestoofdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik stoof stoofde
jij stooft stoofde
hij, zij, het stooft stoofde
wij stoven stoofden
jullie stoven stoofden
zij stoven stoofden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben gestoofd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent gestoofd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is gestoofd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gestoofd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gestoofd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gestoofd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gestoofd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gestoofd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gestoofd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gestoofd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gestoofd verleden tijd, deelwoord
gestoofd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gestoofd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gestoofd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gestoofd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
gestoofd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gestoofd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gestoofd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gestoofd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
gestoofd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
gestoofd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gestoofd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gestoofd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gestoofd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gestoofd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gestoofd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gestoofd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gestoofd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gestoofd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gestoofd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gestoofd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gestoofd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gestoofd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gestoofd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gestoofd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gestoofd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is gestoofd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is gestoofd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
stoof gebiedende wijs
stoofde verleden tijd
stove aanvoegende wijs
stovend onvoltooid, deelwoord
te hebben gestoofd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te stoven actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen stoven actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart gestoofd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gestoofd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren gestoofd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gestoofd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was gestoofd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was gestoofd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was gestoofd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd gestoofd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd gestoofd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd gestoofd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden gestoofd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden gestoofd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden gestoofd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt gestoofd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word gestoofd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden gestoofd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden gestoofd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden gestoofd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt gestoofd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt gestoofd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal gestoofd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gestoofd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gestoofd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal gestoofd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gestoofd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal gestoofd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gestoofd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal stoven aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal stoven aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal stoven aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn gestoofd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn gestoofd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn gestoofd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt gestoofd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou gestoofd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gestoofd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gestoofd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou gestoofd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gestoofd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou gestoofd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gestoofd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gestoofd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gestoofd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou stoven aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou stoven aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou stoven aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gestoofd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gestoofd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gestoofd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gestoofd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden gestoofd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden gestoofd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gestoofd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gestoofd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gestoofd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden stoven aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden stoven aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden stoven aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gestoofd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gestoofd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gestoofd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt stoven aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gestoofd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gestoofd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gestoofd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gestoofd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen gestoofd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen gestoofd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gestoofd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gestoofd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gestoofd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen stoven actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen stoven aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen stoven aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen stoven aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gestoofd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gestoofd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gestoofd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult stoven aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud verleden tijd van stuiven

Vervoeging van stoven

stovenhele werkwoord — stoofdeverleden tijd enkelvoud — stoofdenverleden tijd meervoud — gestoofdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik stoof stoofde
jij stooft stoofde
hij, zij, het stooft stoofde
wij stoven stoofden
jullie stoven stoofden
zij stoven stoofden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben gestoofd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent gestoofd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is gestoofd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gestoofd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gestoofd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gestoofd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gestoofd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gestoofd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gestoofd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gestoofd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gestoofd verleden tijd, deelwoord
gestoofd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gestoofd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gestoofd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gestoofd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
gestoofd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gestoofd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gestoofd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gestoofd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
gestoofd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
gestoofd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gestoofd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gestoofd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gestoofd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gestoofd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gestoofd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gestoofd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gestoofd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gestoofd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gestoofd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gestoofd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gestoofd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gestoofd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gestoofd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gestoofd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gestoofd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is gestoofd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is gestoofd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
stoof gebiedende wijs
stoofde verleden tijd
stove aanvoegende wijs
stovend onvoltooid, deelwoord
te hebben gestoofd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te stoven actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen stoven actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart gestoofd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gestoofd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren gestoofd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gestoofd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was gestoofd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was gestoofd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was gestoofd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd gestoofd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd gestoofd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd gestoofd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden gestoofd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden gestoofd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden gestoofd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt gestoofd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word gestoofd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden gestoofd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden gestoofd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden gestoofd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt gestoofd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt gestoofd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal gestoofd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gestoofd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gestoofd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal gestoofd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gestoofd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal gestoofd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gestoofd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal stoven aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal stoven aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal stoven aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn gestoofd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn gestoofd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn gestoofd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt gestoofd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou gestoofd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gestoofd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gestoofd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou gestoofd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gestoofd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou gestoofd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gestoofd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gestoofd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gestoofd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou stoven aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou stoven aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou stoven aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gestoofd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gestoofd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gestoofd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gestoofd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden gestoofd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden gestoofd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gestoofd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gestoofd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gestoofd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden stoven aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden stoven aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden stoven aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gestoofd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gestoofd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gestoofd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt stoven aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gestoofd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gestoofd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gestoofd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gestoofd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen gestoofd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen gestoofd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gestoofd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gestoofd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gestoofd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen stoven actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen stoven aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen stoven aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen stoven aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gestoofd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gestoofd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gestoofd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult stoven aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord stoof

Herkomst

In de betekenis van ‘gaar worden of maken op zacht vuur’ voor het eerst aangetroffen in 1451

Woordfamilie van stoven

Woordvorm Relatie Afgeleid van
stoofde verleden tijd stoven
stoofden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon stoven
stooft aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon stoven
stove aanvoegende wijs stoven
stovend onvoltooid deelwoord stoven
stovende woordvorm stoven

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van stoven zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over stoven

Wat betekent stoven?
Stoven is een werkwoord. Het woord betekent: over een vrij laag vuur iets afgesloten in enig vocht gaar laten worden.
Hoe vervoeg je stoven?
Je vervoegt stoven als volgt: de tegenwoordige tijd is stoof, de verleden tijd is stoofde en het voltooid deelwoord is gestoofd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord stoven is 11 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. S 2
  2. T 2
  3. O 1
  4. V 4
  5. E 1
  6. N 1
  7. 11 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

stoven levert met Wordfeud minimaal 11 en maximaal 57 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. S 2
  2. T 2
  3. O 1
  4. V 4
  5. E 1
  6. N 1
  7. 11 zonder bonus
  8. 57 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (V) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

stoven telt 6 letters, waarvan 6 verschillende. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 13.213 woorden van 6 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

stoven in het kort

stoven is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Welke van de twee het is, hangt af van de zin. Van stoven zijn 75 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort stoven bij een woordfamilie van 6 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

stoven: over een vrij laag vuur iets afgesloten in enig vocht gaar laten worden
Deel stoven — standaardnederlands.nl