stoofschotel
zelfstandig naamwoordBetekenis
- in één pan bereid gerecht van vlees wat enige tijd moet stoven (sudderen) met wat andere zaken
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| stoofschotels | meervoud |
| stoofschoteltje | verkleinwoord, enkelvoud |
| stoofschoteltjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van stoof ww en schotel
Woordfamilie van stoofschotel
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| stoofschotels | meervoud | stoofschotel |
| stoofschoteltje | verkleinwoord | stoofschotel |
| stoofschoteltjes | verkleinwoord meervoud | stoofschotel |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van stoofschotel zijn vastgelegd.