stichtelijk
bijvoeglijk naamwoordBetekenis
- verheffend in godsdienstige of zedelijke zin
- aan godsdienstige zaken gewijd
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| stichtelijke | verbogen, stellende trap |
| stichtelijker | onverbogen, vergrotende trap |
| stichtelijkere | verbogen, vergrotende trap |
| stichtelijkers | partitief, vergrotende trap |
| stichtelijks | partitief, stellende trap |
| stichtelijkst | onverbogen, overtreffende trap |
| stichtelijkste | verbogen, overtreffende trap |
Herkomst
Leenvertaling van (kerkelijk) Latijn ædificans, voor het eerst aangetroffen in 1348.
Woordfamilie van stichtelijk
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| stichtelijke | verbogen vorm | stichtelijk |
| stichtelijker | vergrotende trap | stichtelijk |
| stichtelijkere | verbogen vergrotende trap | stichtelijk |
| stichtelijkers | partitieve vergrotende trap | stichtelijk |
| stichtelijks | partitive, positive | stichtelijk |
| stichtelijkst | uninflected, superlative | stichtelijk |
| stichtelijkste | inflected, superlative | stichtelijk |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van stichtelijk zijn vastgelegd.