stichting
zelfstandig naamwoord ˈstɪxtɪŋBetekenis
- (geen meervoud): het stichten van een gebouw, instelling, grondvesten
- ( rechtspersoon zonder leden, vennoten of winstoogmerk die ontstaat door de inbreng van een vermogen en beoogt een in de statuten vermeld sociaal, ideëel of maatschappelijk doel te verwezenlijken
Hoe spreek je stichting uit?
/ˈstɪxtɪŋ/
Stichting bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| s | sok |
| t | tak |
| ɪ | pit |
| x | acht |
| ŋ | ding |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord
- : het stichten van een gebouw, instelling, grondvesten no-plural
- : rechtspersoon zonder leden, vennoten of winstoogmerk die ontstaat door de inbreng van een vermogen en beoogt een in de statuten vermeld sociaal, ideëel of maatschappelijk doel te verwezenlijken
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| stichtingen | meervoud |
| stichtinkje | verkleinwoord, enkelvoud |
| stichtinkjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Naamwoord van handeling van stichten met het achtervoegsel -ing
Woordfamilie van stichting
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| stichtingen | meervoud | stichting |
| stichtinkje | verkleinwoord | stichting |
| stichtinkjes | verkleinwoord meervoud | stichting |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van stichting zijn vastgelegd.