sterk
bijvoeglijk naamwoord, bijwoord, werkwoord /stɛrk/Betekenis
- beschikkend over kracht of vaardigheid
- een grote concentratie van iets bevattend
- zo opvallend dat het aan het ongelooflijke grenst
- in sterke mate
Hoe spreek je sterk uit?
/stɛrk/
Sterk bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| s | sok |
| t | tak |
| ɛ | bed |
| r | rood |
| k | kat |
bijvoeglijk naamwoord
- innig, hecht
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van sterken
- gebiedende wijs van sterken
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van sterken
Vervoeging van sterk
sterkhele werkwoord
Herkomst
In de betekenis van ‘krachtig’ voor het eerst aangetroffen in 901
Woordfamilie van sterk
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| sterker | vergrotende trap | sterk |
| sterkere | verbogen vergrotende trap | sterk |
| sterks | partitive, positive | sterk |
| sterkst | uninflected, superlative | sterk |
| sterkste | inflected, superlative | sterk |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van sterk zijn vastgelegd.