sterilisator
zelfstandig naamwoordBetekenis
- toestel om mee te steriliseren (micro-organismen en kiemen doden)
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| sterilisatoren | meervoud |
| sterilisators | meervoud |
| sterilisatortje | verkleinwoord, enkelvoud |
| sterilisatortjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Naamwoord van handeling van steriliseren met het achtervoegsel -ator
Woordfamilie van sterilisator
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| sterilisatoren | meervoud | sterilisator |
| sterilisators | meervoud | sterilisator |
| sterilisatortje | verkleinwoord | sterilisator |
| sterilisatortjes | verkleinwoord meervoud | sterilisator |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van sterilisator zijn vastgelegd.