Naar de inhoud

stammen

Afkomstig zijn (van of uit)

stammen is meer dan één woord

stammen

werkwoord, zelfstandig naamwoord

Betekenis

  1. Afkomstig zijn (van of uit)

Vervoeging van stammen

stammenhele werkwoord — stamdeverleden tijd enkelvoud — stamdenverleden tijd meervoud — gestamdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik stam stamde
jij stamt stamde
hij, zij, het stamt stamde
wij stammen stamden
jullie stammen stamden
zij stammen stamden
Alle 56 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ben gestamd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent gestamd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
ev. gebiedende wijs
gestamd verleden tijd, deelwoord
gestamd te zullen zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gestamd zullen zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
is gestamd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is gestamd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
stam gebiedende wijs
stamde verleden tijd
stamme aanvoegende wijs
stammend onvoltooid, deelwoord
te stammen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zijn gestamd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen stammen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart gestamd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gestamd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren gestamd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gestamd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was gestamd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was gestamd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was gestamd voltooid, verleden tijd, derde persoon
zal gestamd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gestamd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gestamd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal stammen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal stammen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal stammen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn gestamd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
zijn gestamd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn gestamd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn gestamd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt gestamd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou gestamd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gestamd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gestamd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou stammen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou stammen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou stammen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gestamd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gestamd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gestamd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden stammen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden stammen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden stammen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gestamd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt stammen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gestamd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gestamd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gestamd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen stammen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen stammen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen stammen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen stammen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gestamd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult stammen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord stam

Woordfamilie van stammen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gestamd voltooid deelwoord stammen
stamde verleden tijd stammen
stamden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon stammen
stamme aanvoegende wijs stammen
stammend onvoltooid deelwoord stammen
stammende woordvorm stammen
stamt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon stammen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van stammen zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over stammen

Wat betekent stammen?
Stammen is een werkwoord. Het woord betekent: Afkomstig zijn (van of uit).
Hoe vervoeg je stammen?
Je vervoegt stammen als volgt: de tegenwoordige tijd is stam, de verleden tijd is stamde en het voltooid deelwoord is gestamd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord stammen is 13 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. S 2
  2. T 2
  3. A 1
  4. M 3
  5. M 3
  6. E 1
  7. N 1
  8. 13 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

stammen levert met Wordfeud minimaal 13 en maximaal 97 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. S 2
  2. T 2
  3. A 1
  4. M 3
  5. M 3
  6. E 1
  7. N 1
  8. 13 zonder bonus
  9. 97 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (M) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus, plus 40 punten omdat alle zeven stenen van het rek gebruikt worden.

stammen telt 7 letters, waarvan 6 verschillende, want één letter komt er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 21.717 woorden van 7 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

stammen in het kort

stammen is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Welke van de twee het is, hangt af van de zin. Van stammen zijn 33 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort stammen bij een woordfamilie van 7 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

stammen: Afkomstig zijn (van of uit)
Deel stammen — standaardnederlands.nl