stamhouder
zelfstandig naamwoord ˈstɑmhɑudərBetekenis
- de oudst levende zoon van een man, die het geslacht in de mannelijke lijn in stand moet houden; de zoon en troonopvolger
Hoe spreek je stamhouder uit?
/ˈstɑmhɑudər/
Stamhouder bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| s | sok |
| t | tak |
| ɑ | bad |
| m | maan |
| h | hoed |
| ɑu | koud |
| d | dak |
| ə | de |
| r | rood |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — masculine
- oudst levende zoon van een man, die het geslacht in de mannelijke lijn in stand moet houden; de zoon en troonopvolger
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| stamhouders | meervoud |
| stamhoudertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| stamhoudertjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van stam zn en houder zn
Woordfamilie van stamhouder
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| stamhouders | meervoud | stamhouder |
| stamhoudertje | verkleinwoord | stamhouder |
| stamhoudertjes | verkleinwoord meervoud | stamhouder |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van stamhouder zijn vastgelegd.