stamvader
zelfstandig naamwoordBetekenis
- de eerst in een rij van afstammelingen
- aanstichter, oprichter, grondlegger, grondvester
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| stamvaders | meervoud |
| stamvadertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| stamvadertjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van stam en vader
Woordfamilie van stamvader
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| stamvaders | meervoud | stamvader |
| stamvadertje | verkleinwoord | stamvader |
| stamvadertjes | verkleinwoord meervoud | stamvader |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van stamvader zijn vastgelegd.