staf
zelfstandig naamwoord stɑfBetekenis
- stok bedoeld voor ondersteuning of onderscheiding van een persoon
- leiding van een legereenheid die bestaat uit de bevelhebber en zijn directe omgeving
- personeel dat directe ondersteuning geeft aan de leiding van een grote organisatie
Hoe spreek je staf uit?
/stɑf/
Staf bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| s | sok |
| t | tak |
| ɑ | bad |
| f | fiets |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| staafje | verkleinwoord, enkelvoud |
| staafjes | verkleinwoord, meervoud |
| stafje | verkleinwoord, enkelvoud |
| stafjes | verkleinwoord, meervoud |
| staven | meervoud |
Herkomst
erfwoord via Middelnederlands staf van Oudnederlands staf, vergelijk Oudhoogduits stab (modern Duits Stab), Oudengels stæf (modern Engels staff) ** in de betekenis van ‘stok’ aangetroffen vanaf 1110 ** in de betekenis van ‘(oorspronkelijk militair) leidinggevend personeel’ aangetroffen vanaf 1766 , als leenvertaling van de Duitse legerterm Stab.
Woordfamilie van staf
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| stafje | verkleinwoord | staf |
| stafjes | verkleinwoord meervoud | staf |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van staf zijn vastgelegd.