spons
zelfstandig naamwoord, werkwoord spɔnsBetekenis
- (sponsdieren), sedentaire, primitieve meercellige dieren die zich vastzetten op de bodem van (meestal) zeeën en oceanen tot op 8,5 kilometer diepte
- zacht en buigzaam opgedoken skelet van 1 dat als hulpmiddel bij het schoonmaken gebruikt wordt omdat het een grote hoeveelheid water in zijn poriën kan opnemen
- van kunststof vervaardigd hulpmiddel bij het schoonmaken dat de eigenschappen van 2 nabootst
- iets of iemand die veel in zich kan opzuigen
Hoe spreek je spons uit?
/spɔns/
Spons bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| s | sok |
| p | pak |
| ɔ | bot |
| n | nek |
zelfstandig naamwoord — feminine, masculine
- dier behorend tot de stam Porifera (sponsdieren), sedentaire, primitieve meercellige dieren die zich vastzetten op de bodem van (meestal) zeeën en oceanen tot op 8,5 kilometer diepte
- zacht en buigzaam opgedoken skelet van [1] dat als hulpmiddel bij het schoonmaken gebruikt wordt omdat het een grote hoeveelheid water in zijn poriën kan opnemen
- van kunststof vervaardigd hulpmiddel bij het schoonmaken dat de eigenschappen van [2] nabootst
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| sponsen | meervoud |
| sponsje | verkleinwoord, enkelvoud |
| sponsjes | verkleinwoord, meervoud |
| sponzen | meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van sponsen
- gebiedende wijs van sponsen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van sponsen
Vervoeging van spons
sponshele werkwoord
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van sponzen
- gebiedende wijs van sponzen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van sponzen
Vervoeging van spons
sponshele werkwoord
Herkomst
via Middelnederlands sponge van Oudfrans esponge, in de betekenis van ‘zwam’ aangetroffen vanaf 1285
Woordfamilie van spons
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| sponsen | meervoud | spons |
| sponsje | verkleinwoord | spons |
| sponsjes | verkleinwoord meervoud | spons |
| gesponst | woordvorm | sponsen |
| gesponste | woordvorm | sponsen |
| sponse | woordvorm | sponsen |
| sponsend | woordvorm | sponsen |
| sponsende | woordvorm | sponsen |
| sponste | woordvorm | sponsen |
| sponsten | woordvorm | sponsen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van spons zijn vastgelegd.