brons
zelfstandig naamwoord, werkwoord, bijvoeglijk naamwoord brɔnsBetekenis
- legering van koper en tin (en andere metalen) met een donker- of goudbruine kleur
- bepaalde donker- of goudbruine kleur
- bronzen medaille voor de derde plaats in een wedstrijd
Hoe spreek je brons uit?
/brɔns/
Brons bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| r | rood |
| ɔ | bot |
| n | nek |
| s | sok |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van bronzen
- gebiedende wijs van bronzen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van bronzen
Vervoeging van brons
bronshele werkwoord
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘legering van koper en tin’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1590
Woordfamilie van brons
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| bronste | woordvorm | brons |
| bronzer | woordvorm | brons |
| bronzers | woordvorm | brons |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van brons zijn vastgelegd.