respons
zelfstandig naamwoord rɛˈspɔnsBetekenis
- antwoord (op een vraag)
- reactie (op een prikkel)
- in een onderzoek: deel van de steekproef dat meewerkt en data produceert
- (christelijk) gezongen antwoord als deel van de liturgie
Hoe spreek je respons uit?
/rɛˈspɔns/
Respons bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| r | rood |
| ɛ | bed |
| s | sok |
| p | pak |
| ɔ | bot |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord
- gezongen antwoord als deel van de liturgie
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| responsen | meervoud |
| responsje | verkleinwoord, enkelvoud |
| responsjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
[1]-[3] via Middelnederlands respons van Oudfrans response "antwoord", in de betekenis van ‘antwoord, weerklank’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1265
Woordfamilie van respons
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| responsen | meervoud | respons |
| responsje | verkleinwoord | respons |
| responsjes | verkleinwoord meervoud | respons |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van respons zijn vastgelegd.