Naar de inhoud

spijkeren

bevestigen door middel van spijkers

spijkeren

werkwoord

Betekenis

  1. bevestigen door middel van spijkers

Vervoeging van spijkeren

spijkerenhele werkwoord — spijkerdeverleden tijd enkelvoud — spijkerdenverleden tijd meervoud — gespijkerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik spijker spijkerde
jij spijkert spijkerde
hij, zij, het spijkert spijkerde
wij spijkeren spijkerden
jullie spijkeren spijkerden
zij spijkeren spijkerden
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
er is gespijkerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gespijkerd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gespijkerd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gespijkerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gespijkerd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gespijkerd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gespijkerd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gespijkerd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gespijkerd verleden tijd, deelwoord
gespijkerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gespijkerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gespijkerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gespijkerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gespijkerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gespijkerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gespijkerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gespijkerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gespijkerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gespijkerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gespijkerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gespijkerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gespijkerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gespijkerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gespijkerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gespijkerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gespijkerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
spijker gebiedende wijs
spijkerde verleden tijd
spijkere aanvoegende wijs
spijkerend onvoltooid, deelwoord
te hebben gespijkerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te spijkeren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen spijkeren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal gespijkerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gespijkerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gespijkerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal spijkeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal spijkeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal spijkeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou gespijkerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gespijkerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gespijkerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou spijkeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou spijkeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou spijkeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gespijkerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gespijkerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gespijkerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden spijkeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden spijkeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden spijkeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gespijkerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt spijkeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gespijkerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gespijkerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gespijkerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen spijkeren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen spijkeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen spijkeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen spijkeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gespijkerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult spijkeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

afgeleid van spijker met het achtervoegsel -en

Woordfamilie van spijkeren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
spijkerde verleden tijd spijkeren
spijkerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon spijkeren
spijkere aanvoegende wijs spijkeren
spijkerend onvoltooid deelwoord spijkeren
spijkerende woordvorm spijkeren
spijkert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon spijkeren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van spijkeren zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over spijkeren

Wat betekent spijkeren?
Spijkeren is een werkwoord. Het woord betekent: bevestigen door middel van spijkers.
Hoe vervoeg je spijkeren?
Je vervoegt spijkeren als volgt: de tegenwoordige tijd is spijker, de verleden tijd is spijkerde en het voltooid deelwoord is gespijkerd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord spijkeren is 18 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. S 2
  2. P 3
  3. I 1
  4. J 4
  5. K 3
  6. E 1
  7. R 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 18 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

spijkeren levert met Wordfeud minimaal 20 en maximaal 84 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. S 2
  2. P 4
  3. I 2
  4. J 4
  5. K 3
  6. E 1
  7. R 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 20 zonder bonus
  11. 84 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (P) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

spijkeren in het kort

spijkeren staat in dit woordenboek als werkwoord. Van spijkeren zijn 40 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort spijkeren bij een woordfamilie van 6 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

spijkeren: bevestigen door middel van spijkers
Deel spijkeren — standaardnederlands.nl