sommeren
werkwoordBetekenis
- met authoriteit een bevel geven
- een aantal grootheden optellen
werkwoord
- met autoriteit een bevel geven transitive
Vervoeging van sommeren
sommerenhele werkwoord — sommeerdeverleden tijd enkelvoud — sommeerdenverleden tijd meervoud — gesommeerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | sommeer | sommeerde |
| jij | sommeert | sommeerde |
| hij, zij, het | sommeert | sommeerde |
| wij | sommeren | sommeerden |
| jullie | sommeren | sommeerden |
| zij | sommeren | sommeerden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben gesommeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent gesommeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is gesommeerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gesommeerd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gesommeerd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gesommeerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gesommeerd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gesommeerd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gesommeerd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gesommeerd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gesommeerd | verleden tijd, deelwoord |
| gesommeerd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gesommeerd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gesommeerd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gesommeerd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gesommeerd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gesommeerd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gesommeerd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gesommeerd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gesommeerd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gesommeerd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gesommeerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gesommeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gesommeerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gesommeerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gesommeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gesommeerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gesommeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gesommeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gesommeerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gesommeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gesommeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gesommeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gesommeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gesommeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gesommeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is gesommeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is gesommeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| sommeer | gebiedende wijs |
| sommeerde | verleden tijd |
| sommere | aanvoegende wijs |
| sommerend | onvoltooid, deelwoord |
| te hebben gesommeerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te sommeren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen sommeren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart gesommeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gesommeerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren gesommeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gesommeerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was gesommeerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was gesommeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was gesommeerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd gesommeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd gesommeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd gesommeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden gesommeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden gesommeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden gesommeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt gesommeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word gesommeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden gesommeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden gesommeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden gesommeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt gesommeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt gesommeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal gesommeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gesommeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gesommeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal gesommeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gesommeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal gesommeerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gesommeerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal sommeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal sommeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal sommeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn gesommeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn gesommeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn gesommeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt gesommeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou gesommeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gesommeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gesommeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou gesommeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gesommeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou gesommeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gesommeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gesommeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gesommeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou sommeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou sommeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou sommeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gesommeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gesommeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gesommeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gesommeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden gesommeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden gesommeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gesommeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gesommeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gesommeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden sommeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden sommeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden sommeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gesommeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gesommeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gesommeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt sommeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gesommeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gesommeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gesommeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gesommeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen gesommeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen gesommeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gesommeerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gesommeerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gesommeerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen sommeren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen sommeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen sommeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen sommeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult gesommeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gesommeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gesommeerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult sommeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘aanmanen’ voor het eerst aangetroffen in 1299
Woordfamilie van sommeren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gesommeerd | voltooid deelwoord | sommeren |
| gesommeerde | woordvorm | sommeren |
| sommeer | gebiedende wijs | sommeren |
| sommeerde | verleden tijd | sommeren |
| sommeerden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | sommeren |
| sommeert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | sommeren |
| sommere | aanvoegende wijs | sommeren |
| sommerend | onvoltooid deelwoord | sommeren |
| sommerende | woordvorm | sommeren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van sommeren zijn vastgelegd.