Naar de inhoud

voorschrijven

een schriftelijke opdracht geven

voorschrijven

werkwoord /'vɔːrsxrɛɪvə(n)/

Betekenis

  1. een schriftelijke opdracht geven

Hoe spreek je voorschrijven uit?

/ˈvɔrsxrɛivən/

Voorschrijven bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈvɔrsxrɛivən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
v vis
ɔ bot
r rood
s sok
x acht
ɛi trein
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van voorschrijven

voorschrijvenhele werkwoord — schreef voorverleden tijd enkelvoud — schreven voorverleden tijd meervoud — voorgeschrevenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik schrijf voor schreef voor
jij schrijft voor schreef voor
hij, zij, het schrijft voor schreef voor
wij schrijven voor schreven voor
jullie schrijven voor schreven voor
zij schrijven voor schreven voor
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben voorgeschreven voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent voorgeschreven voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is voorgeschreven impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was voorgeschreven impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd voorgeschreven impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt voorgeschreven impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal voorgeschreven worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal voorgeschreven zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou voorgeschreven worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou voorgeschreven zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had voorgeschreven voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had voorgeschreven voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had voorgeschreven voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden voorgeschreven voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden voorgeschreven voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden voorgeschreven voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt voorgeschreven voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb voorgeschreven voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben voorgeschreven actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben voorgeschreven voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben voorgeschreven voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben voorgeschreven voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt voorgeschreven voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft voorgeschreven voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft voorgeschreven voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is voorgeschreven voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is voorgeschreven voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
schreef voor verleden tijd
schrijf voor gebiedende wijs
te hebben voorgeschreven actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen voorschrijven actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
voor te schrijven actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
voor te zullen schrijven actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
voor zal schrijven bijzin, toekomende tijd
voor zou schrijven bijzin, voorwaardelijk
voor zouden schrijven bijzin, voorwaardelijk
voor zoudt schrijven bijzin, voorwaardelijk
voor zullen schrijven actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
voor zullen schrijven bijzin, toekomende tijd
voor zult schrijven bijzin, toekomende tijd
voorgeschreven verleden tijd, deelwoord
voorgeschreven te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
voorgeschreven te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
voorgeschreven te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
voorgeschreven te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
voorgeschreven te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
voorgeschreven worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
voorgeschreven zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
voorgeschreven zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
voorgeschreven zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
voorgeschreven zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
voorschreef bijzin, verleden tijd
voorschreven bijzin, verleden tijd
voorschrijf bijzin, tegenwoordige tijd
voorschrijft bijzin, tegenwoordige tijd
voorschrijvend onvoltooid, deelwoord
waart voorgeschreven voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren voorgeschreven voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren voorgeschreven voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren voorgeschreven voltooid, verleden tijd, derde persoon
was voorgeschreven voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was voorgeschreven voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was voorgeschreven voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd voorgeschreven enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd voorgeschreven enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd voorgeschreven enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden voorgeschreven enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden voorgeschreven enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden voorgeschreven enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt voorgeschreven enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word voorgeschreven enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden voorgeschreven enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden voorgeschreven enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden voorgeschreven enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt voorgeschreven enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt voorgeschreven enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal voorgeschreven hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal voorgeschreven hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal voorgeschreven hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal voorgeschreven worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal voorgeschreven worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal voorgeschreven zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal voorgeschreven zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal voorschrijven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal voorschrijven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal voorschrijven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal voorschrijven bijzin, toekomende tijd
zijn voorgeschreven voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn voorgeschreven voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn voorgeschreven voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt voorgeschreven voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou voorgeschreven hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou voorgeschreven hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou voorgeschreven hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou voorgeschreven worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou voorgeschreven worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou voorgeschreven worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou voorgeschreven zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou voorgeschreven zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou voorgeschreven zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou voorschrijven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou voorschrijven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou voorschrijven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou voorschrijven bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) voorschrijven voor zou(dt) schrijven bijzin, voorwaardelijk
zouden voorgeschreven hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden voorgeschreven hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden voorgeschreven hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden voorgeschreven worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden voorgeschreven worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden voorgeschreven worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden voorgeschreven zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden voorgeschreven zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden voorgeschreven zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden voorschrijven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden voorschrijven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden voorschrijven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden voorschrijven bijzin, voorwaardelijk
zoudt voorgeschreven hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt voorgeschreven worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt voorgeschreven zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt voorschrijven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt voorschrijven bijzin, voorwaardelijk
zullen voorgeschreven hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen voorgeschreven hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen voorgeschreven hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen voorgeschreven worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen voorgeschreven worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen voorgeschreven worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen voorgeschreven zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen voorgeschreven zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen voorgeschreven zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen voorschrijven actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen voorschrijven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen voorschrijven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen voorschrijven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen voorschrijven bijzin, toekomende tijd
zult voorgeschreven hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

samenstelling van voor bw en schrijven ww

Woordfamilie van voorschrijven

Woordvorm Relatie Afgeleid van
schreef voor verleden tijd voorschrijven
schreven voor aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon voorschrijven
schrijf voor gebiedende wijs voorschrijven
schrijft voor aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon voorschrijven
schrijve voor woordvorm voorschrijven
schrijven voor aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon voorschrijven
voorgeschreven voltooid deelwoord voorschrijven
voorschreef subordinate-clause, verleden tijd voorschrijven
voorschreven subordinate-clause, verleden tijd voorschrijven
voorschrijf subordinate-clause, tegenwoordige tijd voorschrijven
voorschrijft subordinate-clause, tegenwoordige tijd voorschrijven
voorschrijve with-subordinate-clause voorschrijven
voorschrijvend onvoltooid deelwoord voorschrijven
voorschrijvende woordvorm voorschrijven

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van voorschrijven zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over voorschrijven

Hoe spreek je voorschrijven uit?
De uitspraak van voorschrijven is: /'vɔːrsxrɛɪvə(n)/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd.
Wat betekent voorschrijven?
Voorschrijven is een werkwoord. Het woord betekent: een schriftelijke opdracht geven.
Hoe vervoeg je voorschrijven?
Je vervoegt voorschrijven als volgt: het voltooid deelwoord is voorgeschreven. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord voorschrijven is 32 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. V 4
  2. O 1
  3. O 1
  4. R 2
  5. S 2
  6. C 5
  7. H 4
  8. R 2
  9. I 1
  10. J 4
  11. V 4
  12. E 1
  13. N 1
  14. 32 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

voorschrijven levert met Wordfeud minimaal 33 en maximaal 129 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. V 4
  2. O 1
  3. O 1
  4. R 2
  5. S 2
  6. C 5
  7. H 4
  8. R 2
  9. I 2
  10. J 4
  11. V 4
  12. E 1
  13. N 1
  14. 33 zonder bonus
  15. 129 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (C) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

voorschrijven in het kort

voorschrijven staat in dit woordenboek als werkwoord. Van voorschrijven zijn 89 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort voorschrijven bij een woordfamilie van 14 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

voorschrijven: een schriftelijke opdracht geven
Deel voorschrijven — standaardnederlands.nl