gelasten
werkwoordBetekenis
- een dwingende opdracht geven
Vervoeging van gelasten
gelastenhele werkwoord — gelastteverleden tijd enkelvoud — gelasttenverleden tijd meervoud — gelastvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | gelast | gelastte |
| jij | gelast | gelastte |
| hij, zij, het | gelast | gelastte |
| wij | gelasten | gelastten |
| jullie | gelasten | gelastten |
| zij | gelasten | gelastten |
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| er is gelast | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gelast | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gelast | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gelast | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gelast worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gelast zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gelast worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gelast zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gelast | gebiedende wijs |
| gelast | verleden tijd, deelwoord |
| gelast te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gelast zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gelaste | aanvoegende wijs |
| gelastend | onvoltooid, deelwoord |
| gelastte | verleden tijd |
| had gelast | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gelast | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gelast | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gelast | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gelast | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gelast | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gelast | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gelast | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gelast | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gelast | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gelast | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gelast | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gelast | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gelast | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gelast | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te gelasten | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben gelast | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen gelasten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal gelast hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gelast hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gelast hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal gelasten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal gelasten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal gelasten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zou gelast hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gelast hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gelast hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou gelasten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou gelasten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou gelasten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gelast hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gelast hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gelast hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gelasten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden gelasten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden gelasten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gelast hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gelasten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gelast hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gelast hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gelast hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gelasten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen gelasten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen gelasten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen gelasten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult gelast hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gelasten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
In de betekenis van ‘bevelen’ voor het eerst aangetroffen in 1704
Woordfamilie van gelasten
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gelastend | onvoltooid deelwoord | gelasten |
| gelastende | woordvorm | gelasten |
| gelastte | verleden tijd | gelasten |
| gelastten | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | gelasten |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van gelasten zijn vastgelegd.