Naar de inhoud

sjorren

iets met touw stevig vastzetten, zodat deze niet kan overgaan bij transport

sjorren

werkwoord ˈʃɔrə(n)

Betekenis

  1. iets met touw stevig vastzetten, zodat deze niet kan overgaan bij transport
  2. slepen, met moeite trekken
  3. het in elkaar zetten van bouwwerken met touw of palen

Hoe spreek je sjorren uit?

/ˈʃɔrən/

Sjorren bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈʃɔrən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
ʃ sjaal
ɔ bot
r rood
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

werkwoord

  1. met touw stevig vastzetten, zodat deze niet kan overgaan bij transport transitive
  2. in elkaar zetten van bouwwerken met touw of palen transitive
  3. zich aftrekken informal, unergative

Vervoeging van sjorren

sjorrenhele werkwoord — sjordeverleden tijd enkelvoud — sjordenverleden tijd meervoud — gesjordvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik sjor sjorde
jij sjort sjorde
hij, zij, het sjort sjorde
wij sjorren sjorden
jullie sjorren sjorden
zij sjorren sjorden
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
er is gesjord impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gesjord impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gesjord impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gesjord impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gesjord worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gesjord zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gesjord worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gesjord zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gesjord verleden tijd, deelwoord
gesjord te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gesjord zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gesjord voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gesjord voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gesjord voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gesjord voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gesjord voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gesjord voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gesjord voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gesjord voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gesjord actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gesjord voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gesjord voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gesjord voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gesjord voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gesjord voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gesjord voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
sjor gebiedende wijs
sjorde verleden tijd
sjorre aanvoegende wijs
sjorrend onvoltooid, deelwoord
te hebben gesjord actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te sjorren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen sjorren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal gesjord hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gesjord hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gesjord hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal sjorren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal sjorren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal sjorren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou gesjord hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gesjord hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gesjord hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou sjorren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou sjorren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou sjorren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gesjord hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gesjord hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gesjord hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden sjorren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden sjorren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden sjorren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gesjord hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt sjorren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gesjord hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gesjord hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gesjord hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen sjorren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen sjorren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen sjorren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen sjorren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gesjord hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult sjorren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

herkomst onzeker, in de betekenis van ‘trekken’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1671

Woordfamilie van sjorren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gesjord voltooid deelwoord sjorren
gesjorde woordvorm sjorren
sjor gebiedende wijs sjorren
sjorde verleden tijd sjorren
sjorden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon sjorren
sjorre aanvoegende wijs sjorren
sjorrend onvoltooid deelwoord sjorren
sjorrende woordvorm sjorren
sjort aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon sjorren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van sjorren zijn vastgelegd.

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over sjorren

Hoe spreek ik sjorren uit?
Zo spreek je sjorren uit: /ˈʃɔrə(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft. Het streepje ˈ markeert de klemtoon: die ligt op de eerste lettergreep.
Wat is de betekenis van sjorren?
Sjorren is een werkwoord. De betekenis is: iets met touw stevig vastzetten, zodat deze niet kan overgaan bij transport. In totaal staan er 6 betekenissen.
Hoe vervoeg ik sjorren?
Zo vervoeg je sjorren zo: de tegenwoordige tijd is sjor, de verleden tijd is sjorde en het voltooid deelwoord is gesjord. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op sjorren?

In dit woordenboek rijmen 14 woorden op -ren op sjorren, zoals ahorn, knorren en hoorn. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Rijmwoorden op sjorren, uitspraak ˈʃɔrən, de gangbaarste eerst.
Rijmwoord Lettergrepen
ahorn 3
knorren 2
hoorn 2
voren 2
aanbehoren 4
dorren 2
aanlooptransformatoren 7
autohoorn 4
factoren 3
inductoren 4
lorren 2
poppensnorren 4
poppesnorren 4
suikerahorn 5

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord sjorren is 13 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. S 2
  2. J 4
  3. O 1
  4. R 2
  5. R 2
  6. E 1
  7. N 1
  8. 13 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

sjorren levert met Wordfeud minimaal 13 en maximaal 103 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. S 2
  2. J 4
  3. O 1
  4. R 2
  5. R 2
  6. E 1
  7. N 1
  8. 13 zonder bonus
  9. 103 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (J) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus, plus 40 punten omdat alle zeven stenen van het rek gebruikt worden.

sjorren telt 7 letters, waarvan 6 verschillende, want één letter komt er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 21.717 woorden van 7 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

sjorren in het kort

sjorren staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 6 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van sjorren staan er 40 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort sjorren bij een woordfamilie van 9 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

sjorren: iets met touw stevig vastzetten, zodat deze niet kan overgaan bij transport
Deel sjorren — standaardnederlands.nl