voren
bijwoord, zelfstandig naamwoord /ˈvɔːrə(n)/Betekenis
- van ~: aan of van de voorzijde
- naar ~ in voorwaartse richting
- met rode vinnen, vooral gebruikt voor de blankvoorn en de rietvoorn
- voltooid deelwoord van vara
Hoe spreek je voren uit?
/ˈvɔrən/
Voren bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| v | vis |
| ɔ | bot |
| r | rood |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (bijwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| [A] voren | canonical |
zelfstandig naamwoord — masculine
- benaming voor sommige zoetwatervissen uit het geslacht Cyprinidae met rode vinnen, vooral gebruikt voor de blankvoorn en de rietvoorn
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| [B] | canonical |
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord vore
Woordfamilie van voren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| vorentje | woordvorm | voren |
| vorentjes | meervoud | voren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van voren zijn vastgelegd.