Naar de inhoud

dorren

dor, droog worden

dorren

werkwoord ˈdɔrə(n)

Betekenis

  1. dor, droog worden
  2. de moed hebben

Hoe spreek je dorren uit?

/ˈdɔrən/

Dorren bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈdɔrən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
d dak
ɔ bot
r rood
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van dorren

dorrenhele werkwoord — dordeverleden tijd enkelvoud — dordenverleden tijd meervoud — gedordvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik dor dorde
jij dort dorde
hij, zij, het dort dorde
wij dorren dorden
jullie dorren dorden
zij dorren dorden
Alle 57 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
[A] dorren canonical
ben gedord voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent gedord voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
dor gebiedende wijs
dorde verleden tijd
dorre aanvoegende wijs
dorrend onvoltooid, deelwoord
ev. gebiedende wijs
gedord verleden tijd, deelwoord
gedord te zullen zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gedord zullen zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
is gedord voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is gedord voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te dorren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zijn gedord actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen dorren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart gedord voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gedord voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren gedord voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gedord voltooid, verleden tijd, derde persoon
was gedord voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was gedord voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was gedord voltooid, verleden tijd, derde persoon
zal dorren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal dorren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal dorren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal gedord zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gedord zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gedord zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn gedord actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
zijn gedord voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn gedord voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn gedord voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt gedord voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou dorren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou dorren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou dorren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou gedord zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gedord zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gedord zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden dorren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden dorren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden dorren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden gedord zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gedord zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gedord zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt dorren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt gedord zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen dorren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen dorren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen dorren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen dorren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen gedord zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gedord zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gedord zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult dorren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult gedord zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Vervoeging van dorren

dorrenhele werkwoord — dordeverleden tijd enkelvoud — dordenverleden tijd meervoud — gedordvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik dor dorde
jij dort dorde
hij, zij, het dort dorde
wij dorren dorden
jullie dorren dorden
zij dorren dorden
Alle 58 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
[B] dorren canonical
ben gedord voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent gedord voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
dor gebiedende wijs
dorre aanvoegende wijs
dorrend onvoltooid, deelwoord
dorst verleden tijd
ev. gebiedende wijs
gedord verleden tijd, deelwoord
gedord te zullen zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gedord zullen zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
gedorren verleden tijd, deelwoord
is gedord voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is gedord voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te dorren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zijn gedord actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen dorren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart gedord voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gedord voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren gedord voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gedord voltooid, verleden tijd, derde persoon
was gedord voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was gedord voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was gedord voltooid, verleden tijd, derde persoon
zal dorren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal dorren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal dorren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal gedord zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gedord zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gedord zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn gedord actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
zijn gedord voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn gedord voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn gedord voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt gedord voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou dorren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou dorren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou dorren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou gedord zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gedord zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gedord zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden dorren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden dorren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden dorren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden gedord zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gedord zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gedord zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt dorren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt gedord zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen dorren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen dorren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen dorren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen dorren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen gedord zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gedord zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gedord zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult dorren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult gedord zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Woordfamilie van dorren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
dorde verleden tijd dorren
dorden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon dorren
dorrend onvoltooid deelwoord dorren
dorrende woordvorm dorren
dort aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon dorren
gedord voltooid deelwoord dorren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van dorren zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over dorren

Hoe spreek je dorren uit?
De uitspraak van dorren is: /ˈdɔrə(n)/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd. Het teken ˈ geeft de klemtoon aan: de nadruk valt op de eerste lettergreep.
Wat betekent dorren?
Dorren is een werkwoord. Het woord betekent: dor, droog worden. Deze pagina beschrijft 2 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je dorren?
Je vervoegt dorren als volgt: de tegenwoordige tijd is dor, de verleden tijd is dorde en het voltooid deelwoord is gedord. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op dorren?

Er staan 14 woorden in dit woordenboek die op dorren rijmen, waaronder ahorn, knorren en hoorn. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Rijmwoorden op dorren, uitspraak ˈdɔrən, de gangbaarste eerst.
Rijmwoord Lettergrepen
ahorn 3
knorren 2
hoorn 2
voren 2
sjorren 2
aanbehoren 4
aanlooptransformatoren 7
autohoorn 4
factoren 3
inductoren 4
lorren 2
poppensnorren 4
poppesnorren 4
suikerahorn 5

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord dorren is 9 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. D 2
  2. O 1
  3. R 2
  4. R 2
  5. E 1
  6. N 1
  7. 9 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

dorren levert met Wordfeud minimaal 9 en maximaal 39 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. D 2
  2. O 1
  3. R 2
  4. R 2
  5. E 1
  6. N 1
  7. 9 zonder bonus
  8. 39 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (D) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

dorren telt 6 letters, waarvan 5 verschillende, want één letter komt er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 13.213 woorden van 6 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

dorren in het kort

dorren staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 2 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van dorren zijn 37 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort dorren bij een woordfamilie van 6 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

dorren: dor, droog worden
Deel dorren — standaardnederlands.nl