sextakkoord
zelfstandig naamwoordBetekenis
- één van de twee omkeringen van een drieklank (prime, terts, kwint.) Bij de eerste omkering van het akkoord onstaan de intervallen: prime, terts en sext, en bij nogmaals omkeren: prime, kwart en sext
- een vierklank bestaande uit de intervallen: prime, terts, kwint en een sext, dus een drieklank plus een sext
zelfstandig naamwoord — neuter
- een van de twee omkeringen van een drieklank (prime, terts, kwint). Bij de eerste omkering van het akkoord ontstaan de intervallen prime, terts en sext, en bij nogmaals omkeren prime, kwart en sext.
- een vierklank bestaande uit de intervallen prime, terts, kwint en een sext, dus een drieklank plus een sext.
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| sextakkoorden | meervoud |
| sextakkoordje | verkleinwoord, enkelvoud |
| sextakkoordjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van sext en akkoord
Woordfamilie van sextakkoord
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| sextakkoorden | meervoud | sextakkoord |
| sextakkoordje | verkleinwoord | sextakkoord |
| sextakkoordjes | verkleinwoord meervoud | sextakkoord |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van sextakkoord zijn vastgelegd.